Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

richt de naleving van de wet zelf tot het middel des heils gemaakt. Zoo was die diepe tegenstelling tusschen den volksgodsdienst en de openbaringen van het goddelijk heil» dat Jezus bracht, ontstaan. Het Godsbegrip en het begrip van de ware gerechtigheid, alles was in hen en door hen in den geest van het volk vervalscht. Dat was de reden > waarom het werk van Jezus bij het volk mislukte. — De genitivus rij? yvuveas, der kennis, is niet, zooals Hofmann, Keil e. a. met het oog op de parallelle plaats van Mattheus meenen, een genit. appositionis: de sleutel, die in de kennis bestaat (en die in het rijk Gods invoert). De schriftgeleerden bezaten deze kennis niet, en konden haar dus ook niet voor zichzelf behouden, noch aan anderen onttrekken. Het is een genit. objectivus: de sleutel, die het volk tot de kennis van het door Jezus gebrachte heil kon voeren (Matth. 16 : 19; Openb. 1 : 18; 20: 1). Vgl. 1 : 77. — Tow sicepwuêvovi;: diegenen, die begeerden in te gaan.

Mattheus heeft in de groote rede, die hij Jezus in den tempel laat houden (H. 23), den inhoud van deze tot de Pharizeën en schriftgeleerden gerichte toespraken, die bij Lukas duidelijk van elkander worden onderscheiden, tot één geheel vereenigd. Zeker heeft Jezus, zooals Mattheus verhaalt, in den tempel een toespraak tot de schriftgeleerden en de Pharizeën gehouden. Lukas zelf (20 : 45—47) vermeldt den tijd, waarop zij gehouden werd, en den korten inhoud daarvan. Maar zonder twijfel heeft het eerste Evangelie, zooals in zoovele andere gevallen, vele bij verschillende gelegenheden uitgesprokene redenen hier tot één geheel met elkander verbonden. De door Lukas opgegevene geheel bijzondere gelegenheid, de zoo in het oog loopende in-de-redevalling van den schriftgeleerde, de zoo gepaste verdeeling van de verschillende verwijtingen onder de twee klassen van tegenstanders kunnen niet door Lukas verzonnen zijn, en getuigen van een nauwkeurige en wezenlijke historische herinnering.

Sluiten