Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze man bevond zich onder de schare. Hij maakt van een oogenblik van stilzwijgen gebruik, om de hulp van Jezus in te roepen in een zaak, die hem zeer ter harte gaat, en die hem waarschijnlijk in de nabijheid van Jezus heeft gebracht. Volgens het Joodsche burgerlijk recht kreeg de oudste broeder een dubbel aandeel in de erfenis, met de verplichting, zijn moeder en zijn ongetrouwde zusters te onderhouden.' Uit de gelijkenis van den verloren zoon schijnt voort te vloeien, dat het aandeel der jongere broeders hun in geld werd uitbetaald. Deze man was misschien een jongere broeder, die niet tevreden was met de hem aangewezen som, of haar verkwist had, en nu onder het een of ander voorwendsel een deel van de vaste goederen eischte. Evenals bij alle andere dergelijke gelegenheden (overspelige vrouw), weigert Jezus met beslistheid, het zuiver geestelijk gebied te verlaten en iets te doen, waardoor Hij den schijn op zich zou kunnen laden, alsof Hij zich in de plaats van de bestaande overheden wilde stellen. — Wie (rit)? Antwoord: Noch God, noch de menschen. — De T. R. leest: S/xwrijv; de Alexandr. xpmiv. Volgens Passow duidt de eerste uitdrukking den rechter aan, die naar de letter der wet uitspraak doet, en de tweede den rechter, die met de omstandigheden rekening houdt. In ieder geval heeft Jezus twee uitdrukkingen gebruikt, waarvan de eerste den persoon aanduidt, die het vonnis uitspreekt, en de tweede (nspirrfc, van fttpi&v, verdeden) den persoon, die voor de uitvoering daarvan zorgt.

Daar het doel van Jezus bij deze reis was gebruik te maken van al de providentiëele gelegenheden, welke zich mochten aanbieden, om het volk en zijn discipelen te onderwijzen, maakt Hij zich terstond die ten nutte, welke dit verzoek Hem verschaft, om de verschillende klassen zijner toehoorders te herinneren aan de gewichtige waarheden, die deze onverwachte gebeurtenis Hem voor den geest brengt.

Hier komt de onhoudbaarheid van de twee door Holtimann en Weizsacker aangenomene stelsels met betrekking tot dit gedeelte van het Evangelie van Lukas zoo duidelijk mogelijk uit. Beiden nemen aan, dat Mattheus en Lukas de leeringen

Sluiten