Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Jezus uit een gemeenschappelijke bron, de Logia van Mattheus, putten. Maar twee brokstukken van de volgende toespraak staan bij Mattheus in de bergrede (6 : 25—33; 19—21), en een derde in de aan de apostelen gegevene instructie (10 : 34—36), om niet te spreken van verscheidene uitspraken, die in de groote eschatologische rede voorkomen (Matth. 24 en 25). Wie van de twee Evangelisten heeft nu den waren vorm der gemeenschappelijke oorkonde bewaard, de eerste of de derde? Weissacker antwoordt: de eerste; waaruit volgt, dat de door Lukas beschrevene stand van zaken door hem verzonnen werd, om aan al deze bouwstoffen een plaats te kunnen geven. Holtimann daarentegen erkent de werkelijkheid van de hier door Lukas vermelde gebeurtenis. Maar waarom alleen in dit geval, en niet ook in zoovele andere dergelijke gevallen? En als dit zoo is, hoe kon dan de eerste Evangelist zulk een nauwkeurige opgave der gemeenschappelijke oorkonde als die, welke bij Lukas voorkomt, geheel buiten rekening laten, en de brokstukken dezer rede zoo verstrooien door ze op zoo ongelijksoortige plaatsen in te lasschen? De eene handelwijze is even onaannemelijk als de andere. Er blijft dus niets anders overig, dan zoowel het denkbeeld van een gemeenschappelijke bron, als dat van de afhankelijkheid van den een van den ander te laten varen.

2°. Vs. 15—20. Tot het volk; de rijke dwaas.

Vs. 15 — 19. „En Hg zeide tot hen: Ziet en wacht u voor alle *) gierigheid; want al heeft een mensch ook overvloed, hij trekt zijn2) leven niet uit zijn 3) goederen. 16. En Hij zeide tot hen eene

1) T. B. leest tik, met E en 7 Mjj.; N A B D en 9 Mjj. It. Syr.: xztrvm.

2) T. R. leest xvrou, met N A B en 11 Mjj. It.; E en 6 Mjj.: xuru; D Syr. laten ieder pronomen weg.

3) KA en 14 Mjj. lozen xvrov; B en 5 Mjj.: ceuru.

Godkt, Lukas. II. 10

Sluiten