Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4°. Vs. 41—53: Tot de apostelen.

Jezus heeft zooeven tot alle geloovigen gesproken. Naar aanleiding van een vraag van Petrus richt Hij zich thans bepaaldelijk tot de apostelen, en herinnert hen aan de bijzondere verantwoordelijkheid, die voor hen aan het vooruitzicht van de wederkomst des Heeren verbonden is (vs. 41—46); daarna spreekt Hij het algemeene beginsel uit, waarop de beoordeeling van zijn dienaren berusten zal (vs. 47 en 48); en herinnert hen aan de moeilijke omstandigheden, die voor hen het gevolg zullen zijn van den nieuwen toestand, die op handen is (vs. 49—53).

Vs. 41—46. De gelijkenis van de twee huishouders.

Vs. 41 — 44. „En Petrus zeide tot Hem '): Heer! zegt gij deze gelijkenis tot ons, of ook tot allen?

42. En 2) de Heer zeide: Wie is dan de getrouwe en3) voorzichtige huishouder 4), dien de heer over zijn dienstboden zal zetten 5), om hun ter rechter tijd de toegedeelde portie koren te geven?

43. Zalig is die dienstknecht, dien zijn heer, als hij komt, zal vinden alzoo doende. 44. Voorwaar, ik zeg ulieden, dat hij hem over al zijne goederen zal zetten".

Deze vraag kan geen betrekking hebben op de gelijkenis van den dief (vs. 39 en 40). Want het is blijkbaar de

1) T. R. leest a»™. met N A en 15 Mjj. Syr. (met Syrcur,; B L R X It. laten het weg.

2) 8 BDL lezen in plaats van kxi emt,

3) T. R. eest xx' Qeovi/xos, met SA en 3 Mjj. lt. Syrcu-.; B D en 10 Mjj.: o (ppovi/j.0;

4) N leest SouKoc, in p'aats van oikovohoi;.

5) Ni lezen *, in plaats van «.xTxnTv^iti,

Sluiten