Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze plant is daarom het treffend zinnebeeld van de onevenredigheid tusschen den kleinen aanvang van het koninkrijk Gods, toen het nog geheel besloten was in den nederigen persoon van Jezus, en de uitgebreidheid, die het verkrijgen zal, als het eenmaal alle volken zal omvatten. De vorm der gelijkenis is, zooals Weiss erkent, eenvoudiger en oorspronkelijker bij Lukas, dan bij de twee anderen.

Vs. 20 en 21. De gelijkenis van den zuurdeesem: En*) Hij zeide wederom: Waarbij zal ik het koninkrijk Gods vergelijken? 21 Het is gelijk een zuurdeesem, dien een vrouw genomen en in drie maten meels verborgen beeft, 2) totdat het geheele deeg gerezen was."

Jezus zoekt wederom, 7rx\iv, een beeld. Ditmaal wil Hij de kracht tot zedelijke herschepping, die eigen is aan het koninkrijk Gods, beschrijven. Dit is de andere zijde van de waarheid, waardoor de vorige wordt aangevuld; vgl. 5 : 36— 38; 15:3—10; Matt. 13:44—46; Joh. 10:1—10. Over den zuurdeesem zie men bij 12: 1. Dit beeld is hier blijkbaar in een gunstigen zin gebruikt. De met het deeg vermengde zuurdeesem geeft hem een kracht en een smaak, die een tegenstelling vormen met zijn natuurlijke werkeloosheid en smakeloosheid. Zoo verkrijgt ook het menschelijk leven door de werking van het Evangelie de waarde, het belang en de geestelijke kracht, die daaraan ontbraken. — De drie maten moeten, evenals de drie jaren van vs. 7, uit het geheel van het beeld worden verklaard. Dit was de hoeveelheid, die men gewoonlijk voor een ovenvol gebruikte. Men heeft daarin de Semieten, Japhetieten en Chamieten gezien; ook de Grieken, de Joden en de Samaritanen

1) A en 14 Mjj. laten weg.

i) T. R. leest evexpt/vpcv, met A ü en 11 Mjj.; B en 4 Mjj.: expvtpev.

Sluiten