Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn en aan de deur te kloppen, zeggende: Heer! *) doe ons open, en hij, antwoordende, tot u zeggen zal: Ik weet niet, van waar gij zijt, 26. alsdan zult gij beginnen 2) te zeggen: Wij hebben in uwe tegenwoordigheid gegeten en gedronken, en gjj hebt in onze straten geleerd. 27. En hg zal zeggen: Ik zeg3) u, dat ik niet weet, van waar gij zijt. Gaat weg van mij, gij allen, die werkers 4) van ongerechtigheid 5) zijt!"

De vraag van dezen toehoorder was tot op zekere hoogte een zaak van nieuwsgierigheid. In dergelijke gevallen geeft Jezus terstond een praktische wending aan zijn antwoord. Vgl. 12:41; Joh. 3:3. Om deze reden zegt Lukas (vs. 23): „Hij zeide tot hen!' Jezus antwoordt den vrager-zelf niet; Hij richt zich tot het volk naar aanleiding van zijn vraag. — Het Messiaansche koninkrijk wordt voorgesteld onder het beeld van een huis, waarin velen wenschen binnen te gaan, om een feest bij te wonen. Maar slechts hun, die geen moeite sparen en op krachtige wijze te werk gaan, gelukt het, in het huis binnen te dringen, voordat het feest begint. De ware lezing bij Lukas is óupx, huisdeur, en niet ?nM>j (Matth.), dat meer een poort, hetzij van een stad, hetzij van een paleis, te kennen geeft. Men heeft gemeend (Meyer en ik-zelf in de vorige uitgaven), dat het huis twee deuren had: een kleine en zeer lage, die den moeilijken ingang door middel van boete en van het ootmoedig geloof in den

1) T. R. leest met A D en 13 Mjj. Syr., tweemaal xvpit (aan Mattb. ontleend); N B L slechts éénmaal.

2) T. R., met B en 6 Mjj.; up%irU-, N AD en 8 Mjj.: apfrrfa.

3) In plaaats van Aeya, leest B Aryuv; N It. laten dit woord weg.

4) T. R. leest ci tfyarai met A en 5 Mjj.; sB D en 10 Mjj. laten ei weg.

5) N B L R laten \66t xiixicti weg.

Sluiten