Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer zult zien, totdat het oogeublik komt, waarop

ze8ëen zult '): Gezegend zij Hij, die komt in den naam des Heeren!"

Bij den eersten blik is zulk een toespraak tot Jeruzalem midden in Galilea bevreemdend, en is men geneigd, met de meeste uitleggers de voorkeur te geven aan de plaats, die Mattheus aan deze woorden beeft aangewezen, in Hoofdst.' 23, aan het slot van de groote rede, die in het voorhof des tempels tegen de schriftgeleerden en de Pharizeën is uitgesproken. Men moet echter niet vergeten, dat Jezus toen Hij die woorden in Galilea sprak, Pharizeën en schriftgeleerden voor zich had, die uit alle vlekken „van Judea en van Jeruzalem" waren gekomen, en dat juist zij de overbrengers waren van de boodschap, die Jezus op dit oogenblik beantwoordde. Zij waren daar als de vertegenwoordigers van de hoofdstad. Zulk een toespraak tot deze uit de verte beschouwde stad is zelfs nog aangrijpender, dan wanneer zij binnen hare muren geklonken had. Dat men, zooals Mattheus doet, deze woorden bij de in den tempel gehouden rede gevoegd heeft, is waarschijnlijk toe te schrijven aan de uitdrukking: uw huis, die men met den tempel in betrekking heeft gebracht.

Baur heeft de uitdrukking: uwe kinderen niet op de inwoners van Jeruzalem alleen, maar op alle Israëlieten, met inbegrip van de Galileërs, toegepast; en ten gevolge daarvan heeft hij beweerd, dat deze uitspraak niet bewijzen kan wat men menigmaal daaruit heeft afgeleid, nl dat de door Johannes verhaalde talrijke bezoeken aan Jeruzalem in de berichten der Synoptici aangeduid zijn. Maar in den samenhang ^ is Jeruzalem juist tegenover Galilea gesteld. Daar, en met in deze afgelegene provincie, moet de Messias sterven. Bovendien zou Jezus, als Hij over het geheeleland

«J?. J.' »Bn '6e9~' nlet AD ea 8 Mjj': *•« (°f «») •»?•) (of x?e<) ore siTifTe, t? B en 6 Mjj,-.eu; (of wt av) f/tvjrf.

Sluiten