Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijnde, boodschapte zijn heer deze dingen. Toen werd de heer des huizes toornig, en zeide tot zijn dienstknecht: Ga haastig uit naar de pleinen en de straten der stad, en laat de armen, en verminkten , en kreupelen, en blinden hier binnenkomen. 22. En de dienstknecht zeide: Heer, ik heb gedaan zooals !) gij bevolen hebt, en nog is er plaats."

In het verslag van den dienstknecht over het resultaat zijner zenrling zegt Stier, de echo te hooren van de smartvolle klachten van Jezus over de verharding der Joden t gedurende zijn lange nachten van gebed. — De toorn van den heer (opynésk) is de weerstuit van den haat, dien hij op den bodem dezer weigeringen ontdekt. — De eerste van de twee nieuwe uitnoodigingen, die hij zijn dienstknecht opdraagt, stelt de oproeping voor, die Jezus gericht heeft tot de laagste klassen der Joodsche maatschappij, tot hen, die gebroken hadden met de theocratie, en in 15 : 1 de tollenaren en zondaren genoemd worden. — riAxtbïxi : de grootere straten, die zich tot pleinen verbreeden; piï/txi: de kleine dwarsstraten. Men is nog niet buiten de stad gegaan, d. w. z.: er is nog sprake van de leden van het Joodsche volk.

Vs. 23—24. „En de heer zeide tot den dienstknecht : Ga uit op de wegen en langs de hagen, en dwing hen om in te komen, opdat mijn huis vol worde. 24. Want ik zeg ulieden, dat geen van die mannen, die genoodigd waren, mijn avondmaal smaken zal."

Deze tweede nieuwe uitnoodiging stelt blijkbaar de roeping

1) NB D LR lezen o, in plaats van oog.

Sluiten