Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den hemel over één zondaar, die zich bekeert, meer dan over negen-en-negentig rechtvaardigen, die de bekeering niet noodig hebben."

Iedere trek van deze schildering getuigt van de teederste liefde: de volharding in het zoeken (totdat hij . . .), de liefderijke zorgen voor het arme, vermoeide dier (op zijn schouders), de vreugde, die het dragen van dezen last hem verschaft , on het overloopen van deze vreugde op

allen, die hem omringen (<rvyxx*e7, hij roept bijeen). Welk een schildering van de medelijdende pogingen van Jezus tot redding van de afgedwaalde menschenkinderen, die de heffe van het volk Gods uitmaakten, van zijn harmhartig geduld met hen en van zijn teedere aanmoedigingen, en eindelijk van zijn vreugde, die overloopt bij het 7rfio<r2é%etr9au, waaraan de Pharizeën zeiven in vs. 2 herinneren! En wat kan aandoenlijker zijn, dan dat kleine feest, waartoe hij zijn vrienden en geburen bijeenroept, en waarbij hij met vreugde hunne gelukwenschen ontvangt!1)

Deze laatste trek is de overgang tot de toepassing in vs. 7. De woorden hèyu ü,u.7v, ik zeg w, hebben iets zeer plechtigs; het is, alsof Hij zeide: „Hoort dan, wat in den hemel geschiedt, als datgene plaats vindt, waarover gij murmureert; men viert daar feest wegens ieder van deze verstootene menschenkinderen, die gij mijne zorgen onwaardig acht." De gevolgtrekking ligt voor de hand: „Gij murmureert over hetgeen den hemel met vreugde vervult. Hoe ver zijt gij dan verwijderd van de gezindheid der hemelbewoners! Het fut. Urm sluit in zich al de gevallen, waarin een dergelijk feit zich herhalen zal. — Bij deze verwonderlijke verklaring over de bekeering der tollenaren, voegt Jezus een

1) Er wordt niet gezegd, dat de herder bet schaap in zijn huis heeft gebracht. Het is zeer goed mogelijk, dat hij het in het voorb'cgasn in de schaapskooi heeft losgelaten, hoewel dit niet uitdrukkelijk vermeld is. Ik neem daarom alles terug, wat ik in de vorige uitgaven daarover gezegd heb.

Sluiten