Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een trek is, die van ondergeschikte beteekenis schijnt te zijn, dan is het zeker die van de geburen en vrienden, die de herder uitnoodigt, om deel te nemen aan zijn vreugde; deze trek zou het gemakkelijkste voor een bloote versiering kunnen doorgaan, en toch is hij juist die, waarop Jezus op de nadrukkelijkste wijze weêr terugkomt bij de toepassing van het tafereel; vgl. in vs. 7 de woorden: in den hemel, en: voor de engelen Gods. In de gedachte van Jezus zijn deze ongetwijfeld de geburen. En moet men dan niet verder gaan, en onder de vrienden, die van de geburen worden onderscheiden (vgl. ook in vs. 9 het onderscheid tusschen de geburinnen en vriendinnen), de apostelen verstaan (12:4), die met de engelen des hemels de vreugde huns Heeren deelen ?

Deze gelijkenis komt bij Mattheus in Hoofdst. 18:12—13 voor, in de rede over de wijze, waarop men handelen moet ten opzichte van de kleinen en zwakken. Het is gemakkelijk in te zien, dat niet alleen de gelegenheid, waarbij zij volgens Lukas werd voorgedragen (15 : 1 en 2), maar ook de toepassing, waartoe de samenhang, waarin zij bij hem voorkomt, leidt, de voorkeur verdient. En indien hij de volgende gelijkenis niet zelf verdicht heeft, dan zal men moeten erkennen, dat hij een andere bron heeft gehad, dan de door Mattheus gebruikte of Mattheus-zelt.

Vs. 8—10. De verloren en teruggevonden drachme.

Vs. 8—10. Of welke vrouw, die tien drachmen heeft, ontsteekt niet lamp, als zij één drachme verliest, en veegt het huis, en zoekt naarstiglijk, totdat1) zij haar gevonden heeft, 9. en roept niet, als zij haar gevonden heeft, hare vriendinnen en hare geburinnen bijeen2), zeggende:

1) T. E. leest eu( orov, met A. en 12 Mjj.; üBLX: ov.

2) T. R. leest rvyxxhtiTxt, met AD en 8 Mjj.j SB eu 6 Mjj.: (uyxxMt.

Sluiten