Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Weest blijde met mij, want ik heb de drachme gevonden, die ik verloren had? 10. Alzoo, ik zeg het u, is er blijdschap voor de engelen Gods over één zondaar, die zich bekeert."

Door den vragenden vorm doet Jezus ook hier een beroep op de wijze, waarop zijn hoorders zelf handelen. Alleen laat Hij hier, waar Hij over eene vrouw spreekt, het iftüv van vs. 4 weg, zonder twijfel, omdat Hij zich alleen tot de mannen in de vergadering richtte. Het is een vrouw gelukt, tien drachmen terzijde te leggen, d. w. z. een som van ongeveer f 4.44, daar de drachme bijna 44 cents waard was. Volgens Matth. 20 : 2 bedroeg het dagloon van een man een penning, bijna 5 cents minder dan een drachme. Hoeveel dagen van arbeid vertegenwoordigde deze kleine schat niet voor die arme vrouw! Zij had op dit geld gerekend, om iets te koopen of een schuld af te betalen. Daar hier niet van 100 (vorige gelijkenis), maar van 10 sprake is, wordt het verlies in dit tweede voorbeeld oneindig gevoeliger. Van daar ook de groote |en volhardende zorgvuldigheid , waarmede zij haar kostbaar bezit zoekt. Het aansteken van de lamp — in het Oosten heeft de kamer der armen geen ander licht dan wat door de deur daarin schijnt — het wegschuiven van de meubelen, het vegen van de donkerste en vuilste hoeken met den bezem, — ziedaar het beeld van het goddelijk werk dat Jezus verricht, terwijl Hij de diepst gezonkene en verachtste zondaren der theocratie zoekt te redden, en het licht der waarheid en der genade in hunne oogen doet schitteren, en dat met een onvermoeibare volharding (totdat...). — Wat doet de vrouw aldus handelen? Medelijden met het verloren voorwerp? Natuurlijk niet; het lijdt immers niet, zooals het verloren schaap. Dus het eigenbelang? Zeker. Maar verkleint Jezus dan niet de grootheid der goddelijke liefde, als Hij haar door dit beeld een baatzuchtig doel toeschrijft? Het tegendeel is waar. Hij onthult ons daardoor een zijde van die liefde, die wij

Sluiten