Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een besluit (vs. 18). Het; berust op een ver verwijderde herinnering van de goedheid zijns vaders; dit is het eerste schijnsel des geloofs. Om de twee uitdrukkingen: tegen den hemel en voor V te begrijpen, moet men in het oog houden, dat wij nog in de gelijkenis zijn. In de betrekking tusschen dezen zoon en zijn vader hebben zij een verschillende beteekenis. Tegen den hemel: want de hemel is de wreker van al de beleedigde heilige gevoelens, inzonderheid van de met voeten getredene kinderlijke liefde; voor U: want toen hij wegging, volgde hem zijn vader met smartvolle oogen, en hij had'dezen laatsten blik getrotseerd en daaraan driest den rug toegekeerd. 'Avuar»?, opstaande; er zal inspanning noodig zijn. De mogelijkheid van een onmiddellijke en volkomen rehabilatie komt niet in hem op. Hij is bereid in het huis, waar hij als zoon had geleefd, de plaats van een gewonen vreemden arbeider aan te nemen, als hij maar zijn honger kan stillen. Dit is wel het beeld van dien (in Hoofdst. 18 beschreven) tollenaar, die in den tempel-zelf, waarheen hij zich begeven had, evenals de heidensche proselieten in den voorhof bleef staan, en het aangezicht niet tot God durfde opheffen. — De hoofdzaak is, dat hij dit besluit, na het eenmaal te hebben opgevat, ten uitvoer brengt.

Ys. 20—21. De terugkeer: „En opgestaan zijnde, ging hij naar zijn vader. En terwijl hij nog verre was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toeloopende, viel hij hem om den hals, en kuste hem. 21. En de zoon zeide tot hem: Yader! ik heb gezondigd tegen den hemel en voor u1), ik ben niet meer waardig, uw zoon genoemd te worden *).'

1) T. K. leest xxi voor ovxtrt, met E en 12 Mjj. Syr.; N A I! en 4 Mjj. laten het weg.

2) N B D TJ X lezen hier romirov /u twv tuahm trov.

Sluiten