Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwijl het geheele huis feest viert, is de oudste zoon aan het werk. Een treffend beeld van den Pharizeër, die bezig is met de naleving van zijn inzettingen, terwijl het hart der boetvaardige zondaren zich voor het verblijdend licht der genade ontsluit! Alle opwelling van vreugde, onder den verkwikkenden indruk der goddelijke liefde, is aan deze afgemetene, koude en hoogmoedige geesten vreemd, en stuit hun daarom tegen de borst. — In plaats van rechtstreeks in huis te gaan, wint de oudste zoon liever eerst inlichtingen in bij een knecht; hij gevoelt zich niet te huis in dit huis (Joh. 8 : 35). De knecht zegt in zijn antwoord niet, zooals de vader: hij was dood,...., verloren...., maar eenvoudig: hij is in goeden welstand teruggekomen, daar dit in zijn mond de gepaste uitdrukking is. Het is het feit zonder de zedelijke waardeering, die den vader toekomt. Hoe natuurlijk is deze schildering, zelfs in de geringste bijzonderheden! — Deze weigering om binnen te gaan kenmerkt op treffende wijze de misnoegdheid dezer Pharizeën, die niets te maken willen hebben met de ondeugenden, en zelfs geen deel willen nemen aan de blijdschap over het aan deze geschonken heil. — Het imperf. %treï.ev, „hij wilde niet," verdient de voorkeur boven den aor. yiós/.yifsv; deze weigering is namelijk nog maar voorloopig, zoolang de vader-zelf den zoon niet verzocht heeft, om binnen te komen.

Ys. 286 — 32. Gesprek tusschen den vader en den oudsten zoon: „Toen ging zijn vader naar buiten, en bad hem. 29. Maar hij , antwoordende, zeide tot den vader '): Zie, ik dien u reeds zoovele jaren, en nooit heb ik uw gebod overtreden; en gij hebt mij nooit een geitje 2) gegeven, om met

1) A. B D en 4 Mjj. voegen er xutov bij.

2) B leest epiQiov, in plaats van epiQov.

Sluiten