Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overtredenen de slaafsche, huurlingachtige houding van den wettischen Jood niet beter, dan met deze: „Ik dien u reeds zoovele jaren." Bengel teekent bij deze woorden eenvoudig aan; Servus erat, en geeft daarn.ede den sleutel tot dit geheele tweede tooneel der gelijkenis. Wat was zijn vader voor hem ? Een meester. Hij telt dan ook de jaren van deze harde dienstbaarheid : reeds zoovele jaren! Ziedaar wat voor den mensch onder de wet het volbrengen van het goede is: een arbeid, die met moeite verricht wordt, en die daarom een loon verdient. Maar daardoor is hij ook geheel verstoken van al de aangenaamheden, die de arbeid verschaft, welke uit vrije liefde volbracht wordt; en wat de vreugde betreft, die hij bij den met God verzoenden zondaar aanschouwt, zij vergeet hem en vervult hem met verontwaardiging. Het geitje, dat hij met lijn vriendin had willen eten, doelt op een dag van rust en van hartelijke vreugde te midden van dit leven van slaafsche gehoorzaamheid. Maar kan men onder de wet vrij ademhalen? Werken, altijd werken, werken, om zijn loon niet te verbeuren, dat is volgens de woorden van den oudsten zoon zelf de toestand van den wettischen mensch, van den Pharizeër.

Tegenover dezen harden en onophoudelijken arbeid stelt hij (vs. 30) het gemakkelijke en weelderige leven van zijn broeder; voor dezen bevoorrechte eerst al de vreugden der zonden, en daarna al de liefelijkheden der begenadigingen! Dus enkel moeite in zijn eigen leven, en in dat van zijn broeder enkel genot! Hoe rechtvaardig! In de oogen van het Pharizeïsme is het goede te doen in de werkelijkheid een lijden, en de zonde een genot; daarom moet er, volgens hem, een belooning zijn voor het eerste, en voor de laatste een straf. Door deze verhouding om te keeren, heeft de vader zijn voorliefde voor den zondaar, zijn welgevallen in de zonde, duidelijk aan den dag gelegd. Uw zoon, zegt de oudste zoon, inplaats van: mijn broeder. Daarmede doet hij zoowel de partijdigheid van zijn vader als zijn eigen afkeer van zijn broeder uitkomen. — Deze bittere woorden bevatten het bijtendste oordeel over den zielstoestand, waarin

Sluiten