Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vs. 9. De raad, die den discipelen gegeven is, als toepassing op de gelijkenis.

Vs. 9. „En ook ik zeg u: Maakt uzelven vrienden met den onrechtvaardigen Mammon, opdat, wanneer u ontbreken zal!), zij u mogen ontvangen in de eemvige tabernakelen."

De woorden: En ook ik leg u beantwoorden uitdrukkelijk aan de lofspraak van vs. 8: En de heer prees. Gelijk Jezus zich in Hoofdst. 15 met den hemelschen Vader, die zich over de zondige menschen ontfermt, vereenzelvigd had, zoo veieenzelvigt Hij zich hier met den onzichtbaren eigenaar van alle dingen: „Zoo sprak de heer van den rentmeester; en ziet hier wat ik, de Heer van het goud en het zilver in de wereld, tot u zeg: Haast u, met de goederen van een ander (van God), die gij nog maar voor een korten tijd moogt behouden, u zeiven ([èauroï:) vrienden te maken, die in het oogenblik van den dood door dankbaarheid aan u verbonden zullen zijn en hun welvaart met u zullen deelen." Het sxureTi staat tegenover deze goederen als goederen van een ander. De Alexandr. lezing fWsri* (vx/mvx?) is blijkbaar de juiste: Wanneer u geld zal ontbreken, zooals den rentmeester zijn ambt. De lezing sK>,t7r^Ts, wanneer gij er niet meer zult zijn, zou betrekking hebben op het einde van het leven. Maar deze uitdrukking zou zonder voorbeeld zijn, en zij wordt slechts door onvoldoende autoriteiten gesteund. — De vrienden zijn volgens Olshausen, Meijer, Ewald e. a. de engelen, die, door de weldadigheid van den liefdevollen mensch getroffen, hem bij zijn overgang in de eeuwigheid bijstaan. Maar volgens de gelijkenis kunnen de vrienden slechts diegenen zijn, die zelf de voorwerpen zijn geweest van de weldadigheid des geloovigen. Het zijn dus

1) T. R. leest «A«ntre met 3 Mjj. (10 anderen: sABen

5 .Mjj.: sxAitjj of éxAéitij.

Sluiten