Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VII. 17 : 1—10: Verscheidene uitspraken.

Dit gedeelte behelst vier korte leeringen: 1° over de ergernissen; 2° over het vergeven van beleedigingen; 3° over de macht des geloofs; en 4° over de onverdienstelijkheid der werken. Men heeft getracht, ze logisch aan elkander, en de eerste daarvan aan hetgeen voorafgaat, te verbinden; maar men is daarin niet geslaagd. Olshausen, Meyer, en

Schanz meenen, dat de ergernis, waarop Jezus in vs. 1 4

zinspeelt, die is, welke de Pharizeën den discipelen door hun spottend lachen hadden gegeven, of die, welke zij het volk op dit oogenblik geven door hun ongeloof (16 : 14). Maar het gevaar van de kleinen te ergeren (vs. 2) kan alleen de sterken betreffen; de eerste waarschuwing kan dus enkel tot discipelen (vs. 1) gericht zijn, voor zoover zij in het geloof verder waren gevorderd, dan de anderen, hetgeen met de voorgestelde verklaring in strijd is. Het voorschrift aangaande het vergeven van beleedigingen knoopt men vast aan de waarschuwing tegen de ergernis door middel van de gedachte, dat het niet-vergeven den beleediger van het geloof zou kunnen afbrengen, of door te zeggen, dat Jezus van de ergernis, welke de Pharizeën den geloovigen geven, overgaat tot die, welke deze elkander door onverzoenlijkheid kunnen geven; een vernuftige, maar gekunstelde verbinding. De bede der apostelen om vermeerdering van het geloof zou voortvloeien uit het gevoel, dat zij onbekwaam waren tot zulk een vergevende liefde als Jezus hun tot plicht heeft gesteld; en de leering aangaande de onverdienstelijkheid der werken zou ten doel hebben, hen te bewaren voor de hoogmoedige zelfvoldoening, die zij uit de door hun geloof verrichte wonderen zouden kunnen putten. Maar het geloof, dat de liefde inboezemt, welke in staat is, zevenmaal op één dag te vergeven, is iets geheel anders, dan dat hetwelk de uitwendige wonderen verricht; en de wonderwerken hebben niets gemeen met de zedelijke werken, die behooren tot de taak, welke de christen dagelijks te vervullen heeft.

Het is dus duidelijk dat deze vier leeringen zonder eenig

Sluiten