Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verband staat, komt nochtans bij Mattheus in dezelfde rede voor (18: 15—22); daaruit laat zich misschien verklaren, dat zij in de overlevering, wier vorm bij Lukas bewaard is gebleven, met elkander verbonden bleven. — Laat men in vs. 3 met de Alexandr. het sk uk, tegen u, weg, dan kan men de uitdrukking zondigen op iedere soort van misslag toepassen. Dit doen vele uitleggers, zooals Keil en Hofmann; zij beroepen zich op het imrl^uov, bestraf hem, daar de bestraffing, volgens hen, niet door den toehoorder zou kunnen worden toegediend, indien hij-zelf de beleedigde was. Maar men zou in dit geval moeten aannemen, dat Jezus in vs. 4 plotseling tot het denkbeeld van een persoonlijke beleediging overgaat, hetgeen gedwongen is. Men moet daarom, hetzij men ei? uk weglaat of niet, aannemen, dat Jezus aan een persoonlijke beleediging denkt, waarvan zijn toehoorder het voorwerp is geweest; en waarom zou hij niet kunnen trachten, zijn broeder tot zichzelf te doen inkeeren, door hem het onrecht bloot te leggen, dat hij hem heeft aangedaan (Matth. 18 : 15)? — De heiligheid en de liefde ontmoeten elkander in dit voorschrift; de heiligheid begint met te bestraffen, en als de bestraffing eenmaal aangenomen is, dan vergeeft de liefde. De paradoxale vorm, dien Jezus gebruikt, geeft te kennen, dat de vergeving, die onze broederen van ons moeten ontvangen, geen andere beperking heeft, dan hun berouw en de belijdenis van hun schuld. — Niet alleen bij Mattheus (18 : 15—22) komt dit voorschrift in dezelfde rede voor als het voorgaande over de ergernis; maar ook Markus, bij wien het voorschrift over het vergeven ontbreekt, heeft in de parallele rede de volgende vermaning voor ons bewaard (9 : 50): „Hebt zout in u-zelven (weest streng jegens u-zelven), en houdt vrede onder elkander." Deze uitspraak, die aan de vermaning tot vergevensgezindheid herinnert, is in overeenstemming met het feit, dat een pijnlijke twist tusschen de discipelen had plaats gehad (Mark. 9 : 33; Luk. 9 : 46). Men heeft hier een bewijs voor de fragmentarische wijze, waarop de woorden van Jezus door de overlevering bewaard werden, eu eveneens voor de ver*

Sluiten