Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gaat heen, en vertoont u aan de priesters. En het geschiedde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden."

De constructie is Hebreeuwsch; zij herinnert aan die van 9 : 51. Het kx) aurós schijnt hier, evenals daar, een bijzondere kracht te hebben. Jezus volgt geen van de gewone wegen, waarlangs de Galileërs zich naar Jeruzalem begeven, door Samaria of door Perea, maar Hij volgt zijn eigen weg, dien Hij zich met overleg heeft afgebakend. — De uitdrukking Sti péaou, midden door, door het midden van, kan beteekenen: terwijl Hij deze twee streken achter elkander doorreisde. In dezen zin vatten Olshausen en Gess haar op. Jezus zou, na te Ephraïm te hebben vertoefd (Joh. 11 : 54), in dit tijdstip Samaria voor de laatste maal, en daarna Galilea bezocht hebben, terwijl Hij beide van het Noorden naar het Zuiden doorreisde.1) Maar de uitdrukking: „op weg naar JeruialerrC zou in dezen zin geheel misplaatst zijn: op weg naar de stad, waaraan Hij den rug toekeerde! De ware zin is dus: tusschen Samaria en Galilea; Jezus bereisde de streek, waar de twee provinciën aan elkander grenzen. Deze opvatting is geheel in overeenstemming met het ontbreken van het artikel vóór de twee eigennamen: tusschen Samaria en Galilea. Denzelfden zin heeft de analoge

1) De reden, die Oess voor deze opvatting heeft, is het tooneel van de didrachmen (Matt. 17 : 21—27). want de belasting voor den tempel werd in Maart betaald, en dere datum zon zeer goed overeenkomen met den terugkeer van Jezus naar Kapernaüm, die bij deze onderstelling onmiddelijk vóór het Paaschfeest zou hebben plaats gehad (zie Joh. 11:5 5). Maar het is mogelijk, dat Jezus in het jaar, hetwelk aan dat van zijn dood voorafging, de belasting, die gewoonlijk in de lente betaald werd, eerst in den herfst heeft voldaan, bij zijn terugkeer van den tocht naar het Noorden van Galilea. De vorm der vraag van den ontvanger sluit op vrij natuurl(jke wijze het denkbeeld van een achterstallige betaling in zich; het is daarom niet mogelijk, aan deze omstandigheid het bewijs voor zulk een be'angrijk feit als dat van een terugkeer naar Galilea na het verblijf te Ephraïm te ontleenen Het nauwkeurige bericht van Johannes sluit deze onderstelling uit.

Sluiten