Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij niet eindige met mij in het aangezicht

te slaan."

"EAfys 3* xxl: „Hoort ook nog dit." — Men moet er zich voor wachten, met den Cantabrig. en eenige latere Bijz. Mss. het xvtous, weg te laten, dat deze gelijkenis in nauw verband brengt met het voorafgaande onderwijs. Aan deze weglating uit den T. R. is het toe te schrijven, dat verscheidene uitleggers gemeend hebben, dat vs. 1 slechts een algemeene vermaning tot het gebed aankondigt. — Het %pó;, dat wij met over hebben vertaald, beteekent: met betrekking tot of ten opzichte van. De uitdrukking: altijd bidden staat in tegenstelling met de beschrijving van het goddelooze en volkomen wereldsche leven der menschheid gedurende den tijd der afwezigheid van Christus; terwijl de woorden: niet vertragen betrekking hebben op het gevaar van geestelijke slaperigheid, dat voor de gemeente het gevolg zal zijn van dezen toestand der wereld, in wier midden zij tot het einde toe haar loop zal moeten vervolgen. Het eyxtxxeïv (Alexandr.) beteekent: zwak worden midden in den strijd; en het exxxxeiv (Byz.): zwak worden door den strijd op te geven. In ieder geval is het: loslaten, voordat het doel bereikt is. — Deze vermaning herinnert aan die van Mark. 13:33: ^evere, ccypuTTvelre xxt vrpoirsuxerêi, „Ziet toe, waakt, en bidt," welke onmiddellijk op de aankondiging van de Parousie volgt. Vgl. ook bij Lukas zelf, na de behandeling van ditzelfde onderwerp, de toepassing 21 : 36: „Waakt dan, te allen tijde biddende." Hoe kan nu Weiss tegenover deze parallellen het verband veroordeelen, dat Lukas in vs. 1 tusschen de verwachting van de Parousie en de volharding in het gebed heeft aangewezen?

Vs. 2. Door van dezen rechter een mensch te maken, die hoegenaamd geen plichtgevoel heeft, wil Jezus de les versterken, die Hij over de macht van de volharding in het gebed gaat geven. Daar de weduwe noch in het hart, noch in het geweten van dezen mensch een steun vindt, en niets

Sluiten