Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ys. 6—8. De toepassing: „En de Heer zeide: Hoort, wat de onrechtvaardige rechter zegt. 7. En zal God dan geen recht doen aan zijn uitverkorenen, die nacht en dag tot Hem *) roepen, hoewel Hij ten aanzien van hen uitstelt2), te straffen? Ik zeg u, dat Hij hun haastiglijk recht zal doen. Maar zal de Zoon des menschen, wanneer Hij komen zal, het geloof3) vinden op de aarde?"

„Hoe stuitend de taal van dezen rechter ook zij, luistert er nochtans naar; gij kunt een les daaruit trekken." Deze vorm herinnert volkomen aan de verklaring van de gelijkenis van den onrechtvaardigen rentmeester: hoe onrechtvaardig zijn gedrag ook was, zijn voorbeeld bevatte toch iets, dat behartiging verdiende (16 : 8). — In dit woord van zulk een hardvochtigen man ligt het krachtigste getuigenis aangaande de macht van het volhardend gebed opgesloten. Hoeveel te meer zal dan niet de gemeente door ditzelfde middel het hart vermurwen van een God, die van eeuwigheid af besloten heeft, haar tot heerlijkheid te voeren! — Zijn uitverkorenen: degenen, die Hij in zijn voorwetenschap van eeuwigheid af als geloovigen, en daarom ook als de zijnen heeft beschouwd en liefgehad. — De uitdrukking iroieïv rijv èxiïiiairiv is plechtiger, dan het eenvoudige cxSiieeÏ!/ (vs. 3 en 5). Hier is sprake van de (tsji/) beloofde en verwachte groote beslissende verlossing. — Het woord fioxv, roepen, duidt den krachtigsten vorm van het gebed aan, den noodkreet van de ziel, die zich aan zichzelf voelt overgelaten. Het nacht en dag herinnert aan het ttxvtots, altijd, van vs. 1. Het is de krachtigste uitdrukking van de volharding.

1) T. R. leest xpc; avrov, met A en 14 Mjj.; N B IQ: xutu.

2) T. R. leest xut nxxpoQvixwv, met r en 11 Mjj. Syrstb; ft A B D en 4 Mjj.: xxi iJ.CiXfoivtJ.tt.

3) D laat tijk weg.

Sluiten