Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een arbeid aan ons zelf. Het pron. tüv toioutwv, der ioodanigen, doelt niet op andere kinderen, zooals deze, maar op alle menschen, die zich gezindheden eigen maken, welke aan de hunne gelijk zijn. Volgens Markus heeft Jezus de kinderen met teederheid in zijn armen genomen, en zegenend de handen op hen gelegd. Mattheus spreekt alleen over de oplegging der handen. Deze aandoenlijke bijzonderheden ontbreken bij Lukas. Zou hij ze gekend en met opzet weggelaten hebben? Maar zij kwamen zoo goed overeen met den geest van zijn Evangelie! Men moet dus aannemen, dat hij een andere bron heeft gehad, dan deze twee geschriften of de bronnen daarvan. Volkmar (Die Evang., blz. 487) verklaart deze weglating uit het prosaisme (!) van Lukas. Volgens hem zouden deze kleine kinderen de door de genade behoudene heidenen voorstellen. Dus tot in het eenvoudigste verhaal van het Evangelie de partij-dogmatiek ingevoerd! — Dit feit toont aan, dat volgens de zienswijze van Jezus geestelijke invloeden op de menschelijke ziel kunnen worden uitgeoefend, van de prilste jeugd af.

V. 18:18—30: De rijke jongeling.

In al de drie Synoptici volgt dit gedeelte onmiddellijk op het voorgaande (Matth. 19 : 16; Mark. 10 : 17). De mondelinge overlevering had deze gebeurtenissen met elkander verbonden, zonder twijfel omdat zij werkelijk chronologisch bij elkander behoorden. — Drie afdeelingen: 1°. het gesprek met den jongeling (vs. 18—23); 2°. het gesprek over hem (vs. 24—27); 3°. het gesprek met de discipelen over hen-zelf (vs. 38—30).

1°. Vs. 18—23. Het gesprek met den jongeling.

Vs. 18 — 21. „En een zeker overste vraagde Hem, zeggende: Goede Meester! wat zal ik doen, om het eeuwige leven te beërven? 19. Jezus zeide tot Hem: Waarom noemt gij mij goed? Niemand

Sluiten