Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen Jezus het antwoord van den jdögeling hoorde (x Mvsctt; T<xuTa,)f nam Hij een plotseling besluit, om nl. dezen jongen man op te nemen onder het aantal zijner vaste discipelen, evenwel onder voorwaarde, dat hij er in toestemt, den band te verbreken, die hem zou kunnen verhinderen aan zijn roepstem gevolg te geven, d. w. z. van het bezit zijner goederen afstand te doen. Jezus te volgen, dat was het ri van vs. 19, hetwelk hem het eeuwige leven'kon waarborgen. Gewoonlijk beschouwt men als de hoofdzaak in dit antwoord de uitnoodiging, om zijn goederen te verkoopen en te verdeelen, alsof Jezus hem daardoor op het hoofdgebrek van zijn hart wilde wijzen: zijn liefde voor zijn goederen, die al zijn vroegere gehoorzaamheid bedierf, en haar tot een bloot schijnbare naleving van de wet maakte. Maar sedert wanneer eischt de liefde, dat men zijn goederen verkoopt en aan de armen geeft? De ware inhoud van het antwoord van Jezus is niet het bevel, zijn goederen te verdeelen, maar de uitnoodiging, om Hem, Jezus, te volgen. Het weggeven van zijn rijkdommen was slechts de voorwaarde van zijn intrede in deze nieuwe loopbaan, een offer, dat hem meer kostte, clan al het andere. De jongeling had Hem gevraagd om een werk, dat hij doen zou. Goed; Jezus begrijpt zijn bedoeling, en wijst hem er een aan, dat beslissend is, in den grond het eenige, dat volkomen beantwoordt aan zijn doel om een zekeren waarborg voor zijn zaligheid te verkrijgen. Zich van alles los te maken, om zich onvoorwaardelijk en voor goed aan Jezus te verbinden, dat is het heil zelf, het leven. Dat het antwoord van Jezus zich geschikt heeft naar de gedachte van den jongeling, blijkt uit de uitdrukking: Eén ding ontbreekt u (Lukas en Markus), en nog duidelijker uit die bij Mattheus: Indien gij volmaakt wilt

zijn, ga heen Zonder twijfel kan de mensch, volgens

de bedoeling van Jezus, niet meer en niets beters doen, dan e wet vervullen; alleen moet zij niet naar de letter, maar naar den geest worden vervuld (Matth. 5). De volmaaktheid waartoe Jezus den jongen man oproept, is dus niet de vervulling van een hoogere wet dan de eigenlijk gezegde wet,

Sluiten