Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezien hebbende): „Hetgeen gij zegt is maar al te waar; maar er is een gebied, waar het onmogelijke mogelijk wordt,' het gebied van de goddelijke genade en almacht." Zoo treft Jezus in een oogwenk den geest zijner hoorders van het menschelijk werk, waaraan alleen de jongeling dacht, tot dat goddelijk werk der algeheele wedergeboorte op, hetwelk van den alleen Goede uitgaat, en waarvan Jezus het werktuig is. Vgl. een dergelijke en even snelle opklimming der gedachte in Joh. 3 : 2—5. — Wat zou voor dezen jongen man beter geweest zijn: zijn goederen vaarwel zeggen, om de medearbeider van een Petrus en een Johannes te worden, of die eigendommen behouden, die de Romeinsche legioenen weldra zouden verwoesten?

3°. Vs. 28—30. Het gesprek over de discipelen.

Vs. 28—30. „En Petrus zeide: Zie, wij zijn U gevolgd, alles verlaten hebbende '). 29. En Hij zeide tot hen: Voorwaar, ik zeg ulieden, dat er niemand is, die verlaten heeft huis, of ouders, of broeders, of vrouw, of kinderen, om het koninkrijk Gods, 30. die niet veelmaal meer zal terug ontvangen 2) in dezen tijd, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven."

De Alexandr. lezing: alles verlaten hebbende, zijn wij... doet beter dan die van den T. R.; wij hebben alles verlaten, en... de gedachte uitkomen, dat het verlaten van alles slechts de voorwaarde van de hoofddaad, het volgen van Jezus, is geweest. Er is in het leven der discipelen inderdaad een dag geweest, waarop zij voor precies zulk een

t) T. R. leest, met N A en 16 Mjj. Syr., x^xx/tev txvtx hhi; B D Lx$ievret ree irxirx. '

2) B D M lezen in plaats van xvoAxpy.

Sluiten