Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn liefde, en wier wederliefde hij in de meest verschillende vormen geniet. Lukas en Mattheus spreken bovendien van huizen, en Mattheus gewaagt van akkers. De gemeenschap der christelijke liefde verschaft iederen geloovige inderdaad het genot van goederen van eiken aard, die zijn broeders toebehooren. Maar opdat de discipelen niet zouden meenen, dat Hij hen tot een aardsch Paradijs uitnoodigt, voegt Hij bij Markus er aan toe: met vervolgingen. Mattheus en Lukas hadden zeker geen enkele dogmatische reden, om dit gewichtige correctief weg te laten, als zij het gekend hadden, en vooral Lukas niet, indien hij, zooals men beweert, in een lateren tijd schreef, toen de kerk reeds aan vervolgingen ten prooi was. Lukas laat hier ook den grondregel weg: „Vele eersten zullen de laatsten worden...," waarmede dit gedeelte bij Markus eindigt, en die bij Mattheus de gelijkenis van de arbeiders inleidt.

Met het oog op deze afdeeling moet de kritiek erkennen, dat, als daarin werkelijk geleerd wordt, dat men door vrijwillige armoede zalig kan worden, deze leer dan evenzeer bij de twee andere Synoptici te vinden is, en dat zij bijgevolg een ketterij, niet van Lukas, maar van Jezus zelf is. Maar een gezonde exegese zal niets dergelijks vinden in bet onderwijs, dat onze drie Evangelisten eenparig den Meester in den mond leggen.

VI. 18:31—43: De derde aankondiging van het lijden.

Vs. 31—33. De aankondiging; „En de Twaalven bij zich genomen hebbende, zeide Hij tot hen: Ziet, wij gaan op naar Jeruzalem, en al de dingen, die voor de Zoon des menschen geschreven zijn door de profeten , zullen vervuld worden. 32. Want Hij zal den heidenen worden overgeleverd, en men zal Hem bespotten, en Hem smadelijk behandelen,

Sluiten