Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blinde bij den weg zat, een aalmoes vragende '). 36. En de schare gehoord hebbende, die voorbijging, vraagde hij, wat dat was. 37. En men deelde hem mede, dat Jezus de Nazerener 2) voorbijging. 38. En hij riep uit, zeggende Jezus, Zoon van David, ontferm U mijner! 39. En zij, die vooruit gingen, bestraften hem, opdat hij zwijgen zou 3); maar hij riep zooveel te meer: Zoon van David, ontferm U mijner."

De stad Jericho (deze naam beteekent: stad der geuren) moet in dit jaargetijde in haar volle schoonheid zijn geweest. Zij was het Eden van Palestina, gelijk men haar genoemd heeft (Edersheim: Een bosch van palmen, rozen en balsemboomen). Zij lag een halve mijl ten noord-westen van het ellendig gehucht, dat heden ten dage haar naam draagt. — Men lette op de Hebr. constructie van vs. 35, die noch bij Mattheus, noch bij Markus gevonden wordt; Lukas zou haar dus zelf ingevoerd hebben, indien hij niet zijn eigen bron heeft gehad! — Het woord èyytfyiv, naderen, neemt allen twijfel weg omtrent de plaats, waar het wonder geschied is. Het was voordat Jezus de stad inging. Volgens Markus en Mattheus was het, toen Hij de stad uitging. Bovendien spreekt Mattheus van twee blinden. Wat dit laatste punt betreft: de blindheid kwam in Palastina zoo dikwijls voor, dat de aanwezigheid van een tweede blinde niets onwaarschijnlijks heeft. Men zou alleen moeten aannemen, dat de genezing van den tweeden niets merkwaardigs aanbood, terwijl die van den anderen door eenige bijzondere omstandigheden, die in de berichten van Lukas en Markus bewaard zijn, meer de aan-

1) NBDL leien ctxituv, in plaats van itpo/ruiTm (aan Markus ontleend).

2) DOr.: in plaats yan vz%upxtoi;.

8) B D1PX lezen riyya-t), in plaats van iriair^irvi (aan Markus ontleend).

Sluiten