Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op zijn waardigheid als de Zoon van God. — Mxxpuv is een adverbium, evenals in 15 : 13. De groote afstand sluit het denkbeeld van een lange afwezigheid in zich; hij is het antwoord op het 7rxpx%pïj[tx, terstond, van vs. 21. — De trekken der volgende schildering zijn ontleend aan den politieken toestand van het heilige land in dien tijd. Josephus verhaalt, dat na den dood van Herodes den Grooten feiten zooals de hier vermelde meer dan eens hebben plaats gehad. Zoo b. v. toen Archelaus zich na den dood van zijn vader naar Iiome begaf, om zijn troon te verkrijgen, of toen Antipas na den dood van zijn broeder Philippus met hetzelfde doel daarheen reisde. In het eerste geval zonden de Joden een gezantschap naar Rome, om den keizer te smeeken» hun land liever bij het Romeinsche rijk in te lijven. Zeker heeft Jezus niet bepaald op een van deze feiten willen zinspelen; alleen heeft hij de kleuren zijner schilderij aan dezen algemeenen toestand ontleend. — De uitdrukking (SxtriXelx beteekent hier niet, koninkrijk, maar: koningschap, koninklijke waardigheid. Voordat Jezus zichtbaar over Israël regeert, moet Hij in den hemel uit de hand zijns Vaders de souvereiniteit ontvangen (Matth. 28 : 18). — De woorden: en weder te keeren doelen op de Parousie en op de oprichting van de uitwendige heerschappij van Christus, die daarop volgen moet.

Vs. 13. De tien dienstknechten stellen de gezamenlijke geloovigen voor, wier werkzaamheid Jezus hier beneden op de proef stelt (vgl. de tien maagden van Matth. 25). — Een mina (pond) is een onbeduidende som, zooals de uitdrukking iv 'TVt 1/1 weinig , van vs. 17 te kennen geeft. De Grieksch-Romeinsche mina, die waarschijnlijk toen door de Joden was aangenomen, gold ongeveer ƒ 47.50. Ziedaar de som, waarmede ieder dienstknecht woekeren moet, schijnbaar om het vermogen van zijn Heer te vermeerderen, maar in de werkelijkheid om hem een maatstaf voor zijn trouw te geven. Deze mina stelt de genade des heils voor, die aan alle geloovigen verleend is, met de roeping zich die toe te eigenen en haar te verbreiden, inzonderheid door middel

Sluiten