Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vs. 20 — 23. De ontrouwe dienstknecht: „En de ander ') kwam, zeggende: Heer! ziehier uw pond, dat ik zorgvuldig in een doek verborgen hield; 21. want ik vreesde U, omdat gij een streng mensch zijt; gij neemt wat gij niet gelegd hebt, en gij maait wat gij niet gezaaid hebt. 22. Hij2) zeide tot hem: Uit uwen mond zal ik u oordeelen, booze dienstknecht! Gij wist, dat ik een streng mensch ben, nemende wat ik niet gelegd heb, en maaiende wat ik niet gezaaid heb. 23. Waarom hebt gij dan mijn geld niet in de 3) bank gegeven? En terugkomende, zou ik het met de rente daaruit teruggenomen hebben."

Blijkbaar moet men met de Alexandr. o srepoc, de ander, lezen. Weiss meent, dat deze uitdrukking een overblijfsel is van de oorspronkelijke gelijkenis, waarin van slechts drie dienstknechten sprake was (zie de gelijkenis van de talenten bij Mattheus). Maar door de uitdrukking ere poe wordt de dienstnecht niet naar de volgorde van het verschijnen voor den heer, maar naar zijn ongelijkheid met de anderen aangeduid; hij is de vertegenwoordiger van een nieuwe categorie; vgl. 1 Cor. 12: 10. — De uitdrukking xiroKet/tévyv beteekent: zorgvuldig weggelegd en goed bewaard (Col. 1 : 5). Hij had er goed voor gezorgd, deze som niet te verliezen, en meende, dat daardoor alles in orde was tusschen hem en zijn heer; want hij kon hem het toevertrouwde geld in zijn geheel teruggeven. — De door dezen dienstknecht in vs. 21 en 22 aangevoerde reden is geen bloot voorwendsel; zijn taal is

1) BD1B leien o y66t trepot; T. R. laat het weg met de anderen

8) T. R. leest is na Asyn, met A en 7 Mjj. j N B en 7 Mjj. laten het weg.

8) T. R. leeat tijv, all-en met K.

Sluiten