Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIJFDE GEDEELTE.

Het verblijf te Jeruzalem.

19 : 29—21 : 38.

Dit gedeelte behelst drie hoofdfeiten: 1° den intocht van Jezus in Jeruzalem (19 : 29—44); 2° de uitoefening van zijn

Messiaansche souvereiniteit in den tempel (19 : 45 21 : 4);

3° de aankondiging van den ondergang van Jeruzalem en van het Joodsche volk (21 : 5—38). — Er bestaat tusschen deze drie feiten een verband, dat gemakkelijk te vatten is. Het eerste is de laatste roepstem van Jezus tot zijn volk; aan het tweede knoopt zich de beslissende weigering vast, waarmede Israël deze roepstem beantwoordt; het derde is als het ware de uitspraak van het vonnis, dat deze weigering ten gevolge heeft.

I.

De intocht van Jezus in Jeruzalem.

(19 : 29—44).

Volgens Lukas en de twee andere Synoptici schijnt Jezus de karavaan der feestreizigers van Jericho tot aan Jeruzalem te hebben vergezeld, en op dienzelfden dag zijn intocht in deze hoofdstad te hebben gedaan. Johannes is nauwkeuriger. Hij deelt ons mede dat Jezus in Bethanië vertoefd heeft, waar Hem door de inwoners dezer plaats een gastmaal werd aangeboden (12 : 1—8). Het gros der feestgangers vervolgde zijn weg tot aan Jeruzalem, en verspreidde daar het gerucht

Sluiten