Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de aankomst van Jezus te Bethanië. Dit lokte den volgenden morgen een menigte menschen uit, om naar dit vlek te gaan, ten einde Jezus te zien, en ook Lazarus, die men zeide, dat door Hem opgewekt was. (Joh. 12: 9—12). Deze bijzonderheden alleen kunnen het tooneel van den Palmzondag, dat in onze vier Evangeliën geschilderd wordt, volkomen duidelijk maken. Dit tooneel behelst: 1° de toebereidselen voor den intocht (vs. 28—36); 2° de blijdschap van de discipelen en de schare, toen zij de heilige stad in het oog kregen (vs. 37—40); 3° de tranen van Jezus op ditzelfde oogenblik (vs. 41—44).

I. 9:28—36: De toebereidselen voor den intocht.

Vs. 29—31.*) „En het geschiedde, toen Hij Bethphage en Bethanië naderde, aan den berg, die de Olijfberg genoemd wordt, dat Hij twee van zijn *) discipelen uitzond, tot hen zeggende 3): 30. Gaat in het vlek, dat tegenover is; daar inkomende, zult gij een ezelsveulen gebonden vinden, waarop geen mensch ooit heeft gezeten 4); ontbindt het, en brengt het mij. 31. En als iemand u vraagt: Waarom ontbindt gij het? zult gij aldus 5) zeggen: Omdat de Heer het noodig heeft."

De ligging van het vlek Bethanië, tegenwoordig el-Aiirieh genaamd, is ons nauwkeurig bekend. Het ligt aan de

1) Marcion liet het geheele gedeelte vs. 29—46 weg.

2) N BL laten ocvtov weg.

3) NBDL lezen Aeyuv, in plaats van ei7rwv.

4) B D L lezen hier kxi.

5 T. R. leest hier ocvtu, met A en 12 Mjj.; N B D en 3 Mjj. laten het weg.

Sluiten