Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontleend. Ieder kende dit lied, het behoorde tot het groote Hallel, dat men aan het einde van het Paaschmaal en op het Loofhuttenfeest zong. Men was gewoon, de uitdrukking: Hij, die komt in den naam des Heeren (in den Psalm heeft zij betrekking op iederen geloovige, die op het feest komt) op den Messias toe te passen. Het woord koning, als het echt is, is onder den levendigen indruk van dit buitengewone tooneel er bijgevoegd. In den naam van hangt niet af van gezegend zij, maar van Hij die komt: „de koning, die van Godswege komt, als zijn vertegenwoordiger." De vrede in den hemel is die, welke de vrucht is van de verzoening, die de Messias tusschen God en de menschen tot stand brengt, en waarvoor de engelen God prijzen rondom zijn troon. Het is beter, is aan te vullen, dan zij; het is een verklaring. Lukas laat de uitdrukking Hozanna weg, die zijn heiden-christelijke lezers niet zouden verstaan hebben.

Vs. 39—40. Murmureeringen der Pharizeën: „En sommigen der Pharizeën uit de schare zeiden tot Hem: Meester, bestraf uwe discipelen! 40. En Hij antwoordende, zeide tot hen*): Ik zeg u, dat, indien deze zwijgen, de steenen roepen zullen 2)."

De in vs. 39 en 40 vermelde bijzonderheid wordt bij Lukas alleen gevonden, en bewijst, dat hij voor dit geheele verhaal een bijzondere bron bezat, want deze kon toch niet enkel genoemde bijzonderheid bevat hebben. De Pharizeën hadden zich onder de scharen gemengd, om hetgeen voorviel te bespieden. Toen zij bespeurden, dat zij niet meer het noodige gezag hadden, om aan de menigte het zwijgen op te leggen (Joh. 12 : 19), wendden zij zich tot Jezus zelf,

1) N B h laten avroi( weg.

2) T. R. leest met A. en!2Mjj.: nBIii Kpxj-ovri.

Sluiten