Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anders, dan een fabel." Het stilzwijgen, dat bij Markus en Lukas op de vraag volgt, is plechtiger. Daarna herneemt Jezus het woord, en antwoordt zelf op de door Hem gestelde vraag door de ophanden zijnde afzetting van de theocratische autoriteiten aan te kondigen.

Vs. 16—18. De straf: „Hij zal komen, en deze wijngaardeniers verderven, en zal den wijngaard aan anderen geven. En toen zij dat hoorden, zeiden zij: Dat zg verre! 17. Maar hen aanziende, zeide Hij: Wat is dan dit, hetwelk geschreven staat: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is de hoeksteen geworden ? 18. Een iegelijk, die op dien steen valt, zal verbrijzeld worden; en op wien hij valt, dien zal hij tot stof vergruizen."

Indien de eerste wijngaardeniers de theocratische overheden voorstellen, dan kunnen de andere wijngaardeniers, aan wie de wijngaard (het koninkrijk Gods, Matth. 21 :43) in de toekomst zal worden toevertrouwd, niemand anders zijn, dan de toekomstige hoofden der kerk, de apostelen en hunne opvolgers. Zonder twijfel schijnt deze opvatting niet in overeenstemming te zijn met Matth. 21: 43, waar duidelijk sprake is van de overgave van den wijngaard der Joden aan de heidenen, aan een volk (êivei), dat de vruchten daarvan leveren zal. Maar bij Mattheus-zelf, vs. 42, kunnen de ehslo,u.cüvres slechts de hoofden van het volk voorstellen. Als dus in vs. 43 over de geheele natie gesproken wordt, dan is het, omdat de verwerping van de hoofden onvermijdelijk die van het geheele volk ten gevolge zal hebben, als het onder hunne leiding blijft. Het èkevirsToti, zal komen, vormt een tegenstelling met het s hij ging weg, van vs. 9. De terugkomst duidt een nieuwe rechtstreeksche tusschenkomst Godet, Lukas. II. 26

Sluiten