Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afkomstig was, die zijn volk aan de heidenen had overgegeven als straf voor zijn zedelijke en godsdienstige ontaarding. De weg, die in dezen abnormalen toestand moest worden ingeslagen, was dus niet die des opstands, welke onder deze omstandigheden een opstand tegen God zou geweest zijn, maar die der verootmoediging, des berouws en eener onderwerping vol geloof, terwijl men van God alleen verlossing verwachtte. De dwaling, die Jezus door zijn antwoord wegneemt, bestond dus daarin, dat men het door God met het oog op den normalen toestand van het volk vastgestelde beginsel op zijn tegenwoordigen, verdorven toestand toepaste. Jezus wil tot zijn ondervragers zeggen: „Wordt werkelijk weder van God afhankelijk, en God zal u van den keizer onafhankelijk maken. Zoolang Hij deze verlossing nog niet tot stand heeft gebracht, blijft u niets anders over, dan de plichten te vervullen, die deze vernederende toestand met zich medebrengt." En wat is nu het tastbare teeken van deze afhankelijkheid van den keizer, waarin Hij Israël geplaatst heeft? Het is deze Romeinsche munt, die door Israël gebruikt wordt als gangbaar geld, volgens het Rabbijnsche spreekwoord: Ubicumque numisma regis alicujus oblinet, illic incolas regem islum pro domino agnoscunt (Maiinonides). Dit geldstuk, dat in Israël in omloop is, is dus genoeg om te staven, dat onder de tegenwoordige omstandigheden Rome de roeping heeft, om de maatschappelijke orde onder het volk Gods te doen heerschen. Men geve dus aan Rome de schatting, waarop de administratieve macht van ieder land recht heeft! Maar boven het gebied van het burgerlijke staat dat van het godsdienstige leven, hetwelk tegenwoordig daarvan gescheiden is, hoewel beide vroeger vereenigd waren in de theocratie, waarin Jehova God en koning tegelijk was. Het onderscheid tusschen het eene gebied en het andere vormde zich het eerst ten tijde van de instelling van het koningschap in Israël. Dit onderscheid werd dieper, sedert de heerschappij in de handen van den heidenschen keizer overging. Vandaar twee soorten van plichten: de burgerlijke plicht tegenover den keizer, en

Sluiten