Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geestelijk leven te kennen geeft, staat in geen enkel verband met die, welke Bruston genoodzaakt is, hier te verzinnen.

Vs. 36. Het want doet het noodzakelijk verband tusschen het ophouden van het huwelijk en het ophouden van den dood uitkomen. Daar het huwelijk ten doel heeft, het menschelijk geslacht, waaraan de dood anders spoedig een einde zou maken, in stand te doen blijven, houdt het op zoodra de menschheid door de opstanding onsterfelijk geworden is. De lezingen oute en oult zijn beide geschikt. — Na de opstanding trouwt men niet meer, omdat men niet meer sterft, en, voegt Jezus er bij, men sterft niet meer, omdat men den engelen gelijk is [want). Deze gelijkheid is evenwel geen identiteit, daar de eene natuur niet in een andere veranderd kan worden. Volgens den samenhang heeft deze gelijkenis vooral betrekking op de geslachteloosheid bij de opgestanen, en dus ook bij de engelen. De volgende woorden: kinderen Gods wijzen op een tweeden trek van gelijkheid, die met den eersten in nauw verband staat: de menschen op aarde zijn kinderen van elkander, maar déür zal ieder zijn nieuw lichaam van God-zelf ontvangen, door een onmiddelijke goddelijke scheppingsdaad, zooals er ook bij de engelen geen kinderlijke betrekking aanwezig is; daarom worden zij dan ook bene Elohim, kinderen Gods, genoemd. Als nadere verklaring voegt Jezus er bij: dewijl zij kinderen der opstanding zijn, in dezen zin: dat de opstanding de door God alleen bewerkte daad is, waardoor de geloovigen hun nieuw lichaam ontvangen.

Maar Jezus vergenoegt er zich niet mede, over zijn vijanden te hebben getriomfeerd. Hij weet, dat Hij te doen heeft met menschen, die in een ernstige dwaling verzonken zijn; daarom voegt Hij aan het antwoord een woord van onderricht toe.

Vs. 37—38. Het onderricht1): „En dat de dooden zullen opstaan, heeft ook Mozes aangewezen op

1) Marcion liet deie twee verzen weg.

Sluiten