Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toepassing zijn op de nieuwe wereld eu op Australië, liet kan zeker niet gelden van Azië en Afrika. Bovendien moet men in het oog houden, dat Jezus niet enkel over de verkondiging van het Evangelie aan deze verwijderde en talrijke volken spreekt, maar dat Hij de oprichting van het rijk Gods in hun midden onderstelt, en over de vruchten spreekt, die zij Gode zullen voortbrengen (Matth. 21 : 43); dit onderstelt een historisch tijdperk van vrij langen duur. Jezus gaat zelfs zoo ver, dat Hij een verzwakking en als het ware een verdwijning van het geloof op de aarde voorziet na dit tijdperk van genade, aan de heidenen verleend. (Luk. 18 : 7): „Als de Zoon des menschen komt, zal Hij ook het geloof vinden op de aarde?" Verder, indien het waar is, dat het rijk Gods van de Joden weggenomen moei worden, om naar de heidenen te worden overgebracht, dan volgt daaruit, dat het tijdperk der heidenen op de verwerping en den ondergang van Israël volgen moet. Eindelijk, bij Markus en Mattheus verklaart Jezus, dat Hij-zelf dien dag en die ure (van zijn wederkomst) niet weet (Matth. vs. 36; Mark. vs. 32), terwijl Hem bekend is, dat de verwoesting van Jeruzalem 30 a 40 jaren na zijn heengaan zal plaats vinden (Luk. vs. 32; Matth. vs. 34; Mark. vs. 30). Er moest derhalve een tusschentijd van onbepaalden duur tusschen deze twee gebeurtenissen liggen, over wier tijdstip Jezus zich op zoo verschillende wijze uitdrukt, en deze tusschentijd is juist de genadetijd, aan alle heidenen geschonken. — Deze feiten laten niet toe, de echtheid van de uitspraak, die Lukas Jezus in vs. 24 in den mond legt, in twijfel te trekken.

Wij ontmoeten hier het grootste verschil tusschen het bericht van Lukas en dat der twee andere Synoptici. Terwijl Lukas van vs. 25 af rechtstreeks tot de voorteekenen der Parousie overgaat, hetgeen geen enkele moeielijkheid oplevert, daar vs. 24 de twee groote feiten van de langdurige verwerping van Israël en van de geleidelijke evangeliseering van alle heidensche volken bevat, vinden wij hier bij Mattheus en Markus een plaats, waarin de verleidingen door valsche profeten en valsche Christussen worden aangekondigd, waaraan

Sluiten