Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de geloovigeu tot aan de wederkomst des Heeren zullen blootgesteld zijn (Matth. vs. 23—28; Mark. vs. 21—23); de parallel van deze plaats komt bij Lukas voor in de rede, die op de Parousie betrekking heeft (17 : 22—24). Bij den eersten blik zou men kunnen denken, dat de plaats, die deze waarschuwing bij Mattheus en Markus inneemt, de natuurlijke is. Wij zouden hier den overgang van de verwoesting van Jeruzalem tot de Parousie hebben: een aanhoudenden toestand van verleiding, waaraan de kerk tusschen deze twee gebeurtenissen zal zijn blootgesteld. Inderdaad zijn er gedurende dezen tusschentijd een reeks van valsche Christussen en profeten opgetreden. Men denke aan de valsche Christussen in de geschiedenis van bet ongeloovige Israël, aan den valschen profeet Mohammed, aan de dwaalleeraars in de kerk zelf. Maar tegen deze verklaring, die het bericht van Mattheus en Markus zou rechtvaardigen en zoo goed in overeenstemming zou zijn met de strekking van deze plaats bij Lukas (Hoofdst. 17), waar zij betrekking heeft op de tijdruimte, die aan de Parousie voorafgaat, pleit een afdoende reden, nl. deze: dat de twee Evangelisten in de volgende verzen (vs. 29 bij Matth. en vs. 24 bij Markus) op de verwoesting van Jeruzalem terugkomen, om de groote gebeurtenis der Parousie rechtstreeks daarmede te verbinden. Matth. vs. 29: „En terstond na de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden. . . Mark. vs. 24: „Maar in die dagen, na die verdrukking, zal de zon. . .." De uitdrukking: die verdrukking zinspeelt blijkbaar op de verdrukking zonder wedergade, waarover de twee Evangelisten kort te voren, naar aanleiding van de verwoesting van Jeruzalem, hebben gesproken (Matth. vs. 20; Mark. vs. 19). Er is dus bij hen geen plaats voor een lange tijdruimte tusschen deze gebeurtenis en de Parousie, waarop de plaats, die wij hier bij hen vinden, betrekking zou kunnen hebben; waaruit volgt, dat deze waarschuwing bij Mattheus en Markus uit haar eigenlijken samenhang, welke geen andere kan zijn, dan door Lukas in Hoofdst. 17 aangegevene, gelicht en daar ingevoegd is.

Sluiten