Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vermoording van Abel af werden bedreven; vgl. 11 : 50 (Matth. 23 : 36), een uitspraak, waardoor de zin van de onze ontwijfelbaar wordt vastgesteld. De Tubingsche school, die zeer goed inzag, dat de schrijver, die volgens haar post eventum, eerst in het begin der tweede eeuw, profeteerde, zulk een vergissing niet kan hebben begaan, heeft den duur van een geslacht tot een geheel menschenleven, ongeveer een eeuw, willen verlengen (Hilgenfeld, Volkmar). Maar deze uitdrukking geeft bij de Grieksche schrijvers (Herodotus, Heraclitus, Thucydides) een tijdruimte van 30 & 40 jaren te kennen. Gewoonlijk rekent men drie geslachten per eeuw. Het woord van Irenaeus, dat op de vervaardiging van de Apocalypse betrekking heeft, en waarin hij verklaart, „dat dit visioen niet lang vóór zijn tijd gezien werd, maar bijna nog in den tijd van zijn geslacht, tegen het einde der regeering van Domitianus", bewijst geenszins het tegendeel, zooals Volkmar beweert; want Irenaeus zegt uitdrukkelijk: a%eïóv, bijna, zeer goed gevoelende, dat hij de tijdruimte, die de uitdrukking: geslacht aanduidde, langer maakte, dan zij gewoonlijk was. Deze uitspraak moet dus, evenals die van 11 : 50 en 51, op de verwoesting van Jeruzalem betrekking hebben. Maar hoe komt het dan, dat zij in deze rede, na een plaats, die op de Parousie betrekking heeft, is overgebracht? Wij hebben reeds dikwijls bevonden, dat de uitspraken van Jezus in den vorm van losse fragmenten door Je overlevering waren bewaard, en daarom in de verschillende verslagen zeer verschillend geplaatst waren, of ook van de overgangen beroofd, die in de oorspronkelijke rede duidelijk den zin daarvan bepaalden. Dat dit ook hier het geval moet zijn geweest, bewijst een andere uitspraak, die bij Markus en Mattheus onmiddellijk daarop volgt: „Wat dien dag en die ure aangaat, niemand weet ze . . . .", een uitspraak, die alleen op de Parousie betrekking kan hebben. Deze twee tegenstrijdige chronologische bepalingen zijn in deze beide Evangeliën slechts door een enkel vers van elkander gescheiden, en toch hebben zij klaarblijkelijk op twee verschillende gebeurtenissen betrekking.

Sluiten