Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

durende dezen getieelen tijd het voorhof bezetten, en zij, die in den tempel aanbidden, niets te eten, noch te drinken hebben!

Om al deze redenen meenen wij, te mogen zeggen, dat het apocalyptische en anonieme „vlugschrift", waaruit men de geheele Synoptische rede of een gedeelte daarvan afleidt, niets anders is, dan een hersenschimmige en door en door onwaarschijnlijke vinding der hedendaagsche kritiek !).

II. Anderen meenen, dat Jems wel op deze wijze over zijn Parousie heeft gesproken, maar dat de werkelijkheid niet aan zijn woorden heeft beantwoord.

Dit is het gevoelen van Sirauss, Renan, en ook, hoewel in een zeer verschillenden zin, van Weiss. De vroeger genoemde critici konden er niet toe besluiten, Jezus tot een opgewonden dweper te maken, die zich voor den grooten Rechter der menschheid zou hebben uitgegeven; maar Strauss en Renan vinden er hoegenaamd geen bezwaar in, dit aan te nemen. Op het oogenblik, toen Jezus aldus sprak, had, zooals Renan zegt, de sombere reus van Judea den beminnelijken Galileeschen Rabbi vervangen. De geestdrift zijner al te naïeve vrienden had Hem-zelf bedwelmd. De uitkomst heeft heel eenvoudig de droomen van toekomstige grootheid en van wederkomst in heerlijkheid, waaraan Hij zich een oogenblik had overgegeven, gelogenstraft. — Maar als wij ons Jezus voorstellen, zooals Hij, twee dagen nadat Hij de thans vóór ons liggende rede gehouden heeft, in de Paaschzaal nederig de voeten zijner discipelen wascht en zich vrijwillig aan den dood des kruises wijdt, dan weten wij wel,

1) Om aan deze hypothese een soort Tan grondslag te geven, tracht men dat vermeende geschrift in verband te brengen met het Orakel (xpitrpóe), waarvan Euaebius (S. E , III, 5) spreekt, en dat de christenen van Judea deed besluiteu, vóór het beleg van Jeruzalem naar Pella te verhuizen. Vgl. Wendt, bl. 20, in de noot, waar deze identificatie als een bloote mogelijkheid is voorgesteld. Maar Euaebius schrijft deze waarschuwing aan de eerwaardigste mannen der Jeruzalemsche gemeente toe, bijgevolg aan de apostelen en aan hunne onmiddellijke opvolgers; en deze mannen zouden hunn* eigene verdichtsels niet op rekening van Jezus hebben gesteld.

Sluiten