Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Baumlein, Rotermond e. a. aangevoerde argumenten Lebben mijn overtuiging niet kunnen veranderen:). De zin, die het allereerst voor den geest komt, als men het Evangelie van Johannes leest, is en blijft exegetisch de eenig mogelijke; hij is namelijk deze: dat de dood van Jezus reeds een voldongen feit was, toen de Joden dat jaar het Paaschfeest vierden, en dat bij gevolg zijn laatste maaltijd den avond te voren had plaats gehad. Maar aan den anderen kant vraagt men zich af, wat dan de ware zin van het Synoptische bericht is, en in welke betrekking het tot het aldus opgevatte bericht van Johannes staat. Dit zullen wij onderzoeken, na vooraf den tekst van Lukas meer van nabij te hebben beschouwd.

Het bericht van Lukas behelst: 1° de toebereidselen voor den maaltijd (vs. 7—13): 2° den maaltijd zelf (vs. 14—23); 3° de gesprekken, die na den maaltijd werden gehouden (vs. 24—38).

1) Langen, Die letzten Lebenstage Jesu, 1864; Baumlein, Kommentar iiler das Eoangelium Johannes, 1863; Kotermund, Pon Ephraim nach Oolgotha, Stud. u. Krit., 1876. Gewoonlijk past men de uitdrukking: vóór het feest van het Pascha (Joh. 13 : 1) op den avond van den 14den toe, terwijl men het eigenlijke Paaachfeest eerst aan den morgen van den loden laat beginnen. Langen beroept zich voor deze opvatting op Deut. 16: 6, waar hjj vertaalt: bij het opgaan der zon (in plaats van: bij het ondergaan der zon), het is het feest van den uittocht uit Egypte." Deze vertaling is in strijd met de analogie van Gen. 28 : 11, enz. De plaats uit Josephus (Antiq., III, 10, 5), die hij er bijvoegt, heeft even weinig waarde Wij meeuen aangetoond te hebben, dot Deut. 16 : 2 de verklaring van Joh. 18 : 28, die den zin der uitdrukking: het Pascha eten tot het eten van de ongezuurde brooden en van het otfervlcesch der Paaschweek wil herleiden, niet kan rechtvaardigen. Wat Joh. 19: 14 betreft, het is boven allen twijfel verhevei, dat, zooals Langen aantoont, het N. T. (Mark. 16 : 42), de Talmud en de kerkvaders de uitdrukking Tctpectrxevy, voorbereiding, gebruiken, om den Vrijdag als wekelijksche voorbereiding voor den Sabbat aan te duiden, en dat dus de uitdrukking nxpcta-xivii roO voorbereiding van het Pjscha, iu zekere samenhangen beteekenen kan: den Vrijdag der Paasohweek. Maar deze beteekenis is bij Johannes uitgesloten: lc door de dubbelzinnigheid, die deze uitdrukking voor Grieksche lezers zou gehad hebben; en 20 door het feit, dat het geen enkelen lezer van het Evangelie onbekend kon zijn, dat men op dat oogenblik in de Paaschweek was.

Sluiten