Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1° Vs. 7—13. De toebereidselen.

Ys. 7—9. „En de dag der ongezuurde brooden, waarop ') het Pascha geslacht moest worden, kwam; 8. en Hij zond Petrus en Johannes, zeggende: Gaat heen, en bereidt ons het Pascha, opdat wij het eten mogen. 9. En zij zeiden tot Hem: Waar wilt gij, dat wij het bereiden1)?"

Er bestaat een duidelijk onderscheid tusschen het yjhSs, kwam, van vs. 7 en het naderde, van vs. 1. De

uitdrukking naderde verplaatst ons in den tijd van een of twee dagen vóór het Paaschfeest, terwijl het woord kwam het begin van den dag, waarop het lam geslacht werd, van den 14deQ Nisan aanduidt. Gewoonlijk maakt men daaruit op, dat het hier aangeduide oogenblik slechts de morgen van den 14den kan zijn; maar men doet dit ten onrechte. Volgens de Joodsche manier van rekenen begon de 14de wettiglijk reeds aan den vooravond van den vorigen dag, tusschen de twee avonden, tegen zonsondergang, zoodat de avond van den dag, dien wij den 13den noemen, en de nacht, die daarop volgde, reeds tot den 14dea behoorden. De uitdr. fafo, kwam, heeft dus niet op den morgen van den 14den betrekking, maar op den avond van den vorigen dag, tusschen 5 en 6 uur.

De uitdrukkingen van Mattheus en Markus, hoewel minder nauwkeurig, voeren niet noodwendig tot een anderen zin. Markus zegt (vs. 12): „Op den eersten dag der ongezuurde brooden, waarop men... slachtte", en Mattheus: „Op den eersten dag der ongezuurde brooden...; dit verschilt in de werkelijkheid niet van Lukas. Chrysostomus, Ewald e. a. hebben den datum reeds op deze wijze verstaan. De tegen-

1) BCDL laten tv vóór >1 weg.

2) B voegt er bij: eot Qxyetv ro voca%ct\ uit Matth. ofergonomen.

Sluiten