Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werping, die Weiss aan de uitdr. iv $ óóeaDai, „waarop ... geslacht moest worden" ontleent, bewijst niets, want dit 13« is evenzeer van toepassing op den vorigen avond, die reeds tot den 14den behoorde, als op den morgen van dezen dag (zie Schanz, bl. 501). Keil en Chastang maken de bedenking, dat, indien Jezus bij het bevel, dat Hij gaf, in het oog had gehad wat wij den avond van den 13*en noemen, de apostelen den noodigen tijd niet zouden gehad hebben, om het lam te koopen, te slachten en te braden. Maar het lam moest reeds op den 10den der maand worden gekocht1), en van 6 tot 9 uur des avonds was er tijd in overvloed, om de noodige toebereidselen voor den maaltijd te maken 2). Het slachten en braden van het lam kon in weinige uren geschieden. Het is daarom volstrekt niet onmogelijk, de uitvoering van de door Jezus gegevene opdracht op den avond van dienzelfden dag, den vooravond van den 14den, te stellen. Doch dit is niet alleen mogelijk, maar ook waarschijnlijk, ja noodzakelijk. Want in den voormiddag van den 14den zou het te laat zijn geweest, om zich een vertrek voor den avond van dienzelfden dag te verschaffen. Strauss 3) erkent dit: „Wegens den toevloed van vreemde pelgrims was het natuurlijk moeilijk en zelfs onmogelijk, aan den morgen van den eersten dag van het feest (den 14den) een nog niet besteld vertrek voor dien avond te vinden." Daarom zorgde men minstens één dag te voren er voor. Reeds Clemens Alexandrinus gaf den 13den om deze reden den naam van

1) Chastang vraagt, waar ik geleien heb, dat het lam reeds den lO^en moest worden afgezonderd. Weet hij dan het eerste artikel van de Paaschwet (Ei. 12:3) niet, dat altijd met nauwgezetheid door de Joden is nageleefd?

2) Chastang voert tegen deze verklaring een geheele reeks van noodzakelijke

handelingen aan, zooals den tijd, die vereiseht werd, om de zaal voor den

maaltijd te bespreken, om de zitplaatsen der gasten in orde te maken, om

den wijn te koopen en de bittere kruiden te bereiden.... Maar Jezus had

reeds voor de zaal gezorgd. Deze was geheel en al in orde gemaakt en van

het noodige voorzien, en zoo veel t|jd nam het niet weg, een kruik wijn te koopen, en de bittere kruiden toe te bereiden, als de gastheer relf niet reeds voor dit alles gezorgd had.

8) Leien Jesu für das deutsche Volk b'. 533.

Sluiten