Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De hoofdvraag is, of men met Langen moet aannemen, dat Jezus eerst al de Joodsche gebruiken ten uitvoer gebracht, en daarna de instelling van het christelijke Avondmaal daaraan vastgeknoopt heeft, of het veeleer er voor moet houden, dat Hij het Joodsche uiaal stuk voor stuk in het heilige maal des N. V. veranderd heeft. Deze laatste zienswijze komt mij voor, de eenige houdbare te zijn. Want: 1° Gedurende den loop van den maaltijd, hdióvtocv ixvtüv (Matth. en Mark.), en niet na den maaltijd (zooals Lukas enkel van den beker zegt), moet het brood des heiligen Avondmaals door Jezus rondgedeeld zijn. 2" Het zingen van den lofzang, waarover Markus en Mattheus spreken, kan niets anders zijn, dan het zingen van het Hallel, en het is op de instelling van het heilige Avondmaal gevolgd; dit laatste is dus niet na het Paaschmaal ingesteld.

Jezus opent den maaltijd met de mededeeling van hetgeen er omgaat in zijn hart. Het zijn afscheidswoorden. De eerste phase beantwoordt aan de eerste van het Paaschmaal. Indien Jezus tegelijk met het geheele volk aan den avond van den 14den dit maal had gehouden, zou men onder >| upa, het uur, het door de wet of door het gebruik vastgestelde oogenblik van het begin van het feest moeten verstaan. Maar dit maal was, zooals wij gezien hebben, een door Jezus op vrije wijze aan den vooravond van den 14den gevierd Pascha; hel uur is dus het uur, hetwelk Hij zijn discipelen had aangewezen, maar dat zonder twijfel met het gewone uur van het Paaschmaal overeenkwam. — Volgens de wet (Ex. 12 : 17) moest men het Pascha staande eten. Maar het gebruik had op dit punt een verandering ingevoerd. Eenige Rabbijnen meenen deze verandering te rechtvaardigen met te zeggen, dat staan de houding van den slaaf is, en dat Israël nu het door den uittocht uit Egypte weêr vrij geworden was, zittende moest eten. Deze vernuftige verklaring werd zonder twijfel naderhand bedacht. De ware reden is, dat het maal langzamerhand grootere proporties had aangenomen. — Er ligt in de eerste woorden van Jezus, die Lukas alleen voor ons bewaard heeft (vs. 15),

Sluiten