Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenheid en broederschap, nl. het gemeenschappelijke drinken? Het feit, dat de wijn het zinnebeeld der vreugde is, terwijl het hart van Jezus op dit oogenblik vol droefheid was, bewijst niets tegen het gevoelen, dat Jezus-zelf het eerst heeft gedronken. Want naast zijn smartelijke indrukken was er op dit oogenblik bij Hem plaats voor de vreugde, die de vervulling van zijn in vs. 15 uitgedrukt verlangen Hem verschafte; van daar ook de dankzegging, waarvan sprake is in vs. 17 en 19. Daarentegen vloeit, als de woorden van nu aan echt zijn, uit het: ik zal van nu aan niet meer drinken voort, dat Jezus, volgens Lukas, niet gedronken heeft uit den beker, waarmede Hij na het avondeten het Avondmaal instelde (vs. 20). Op dit punt schijnt het bericht van Lukas in tegenspraak te zijn met Matth. 26 : 29, waar het «tt' xpTi, van nu aan, na de instelling van het Avondmaal gesproken wordt, en daarom in zich schijnt te sluiten, dat Jezus bij deze handeling mede gedronken heeft. Maar wij hebben boven gezien, dat deze woorden, waarmede Jezus zijn persoonlijke indrukken uitspreekt, veel beter op hun plaats zijn aan het begin van den maaltijd, waar zij door Lukas gesteld worden. Want op dat oogenblik werden zijn persoonlijke indrukken nog niet beheerscht door den plechtigen ernst van de handeling, die volgen zou. De vorm van deze uitspraak bij Markus, ouxért oufivj, vs. 25, onderstelt niet, zooals die van Mattheus, dat Jezus bij de instelling mede uit den beker gedronken heeft. In ieder geval is de geheele orde van de woorden en feiten bij Lukas zeker het meest in overeenstemming met de psychologische waarschijnlijkheid.

Vs. 18. Het yap, want, pleit niet, zooals Weiss, Hofmann e. a. meenen, tegen het gevoelen, dat Jezus ook zelf uit den beker van vs. 17 gedronken heeft. Het kan, integendeel, beteekenen: „Want het is de laatste maal, dat wij allen gemeenschappelijk uit denzelfden beker drinken" De omschrijving: vrucht des wijnstoks (vs. 18) is een echo van het ritueele gebed van den huisvader. In den mond van Jezus drukt zij het gevoel uit van het contrast tusschen de tegenwoordige aardsche natuur en de toekomstige verheerlijkte

Sluiten