Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

draag u het koninschap over, zooals mijn Vader het mij overgedragen heeft, 30 opdat gij eet en drinkt aan mijn tafel in mijn koninkrijk '), en

op tronen zit, oordeelende de twaalf geslachten Israëls."

Terwijl Jezus op het woord gij den nadruk legt, denkt Hij misschien aan Judas, die niet had volhard. De woorden! gij hebt met mij volhard of standgehouden ademen dankbaarheid. — De beproevingen of verzoekingen zijn de ontberingen, het geloofsleven, de lasteringen, de belagingen, de verwerping van den kant van het volk en diens hoofden. Het was geen kleine zaak voor deze arme Galileërs, te hebben volhard in hunne gehechtheid aan Jezus, in spijt van deze algemeene antipathie en van den haat van de leiders des volks.

Vs. 29 en 30. Het y.xyü, en ik, beantwoordt aan het "At"?, gij, van vs. 28: „Dit hebt gij voor mij gedaan: gij hebt gedeeld in mijn strijd en mijn vernedering; en dit zal

ik voor u doen: ik zal u doen deelen in mijn triomf."

AixuSeaêxt, bij testament of op andere wijze over het zijne beschikken. Het woord (3xTt\tixv is blijkbaar het gemeenschappelijk object van de twee verba, en niet van het eerste alleen, zooals Bleek, Hofmann e. a. meenen, die iixTiieizxi het geheele slot van vs. 30 tot object geven. De herhaling van hetzelfde werkwoord geschiedt met opzet en laat niet toe, voor hxrids^xi en liiêeTo twee verschillende objecten aan te nemen. — Het ontbreken van het artikel vóór (3x<riXtixv geeft aanleiding om onder deze uitdrukking eerder de koninklijke waardigheid (een koningschap), dan het koninkrijk zelf te verstaan. — Men zou hier aan de geestelijke heerschappij kunnen denken, die de apostelen in de wereld zullen uitoefenen door de verspreiding van het licht, waarvan

1) E. F. G. en 5 Mjj, iateu de woorden sv re fizTiAiix nou weg.

Sluiten