Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de overlevering, althans voor een oogenblik, het voornemen heeft gehad, zich met de wapenen te verdedigen. Hij zou dus tusschen deze uitspraak en die, waarin Hij zijn discipelen verbiedt, zich van het zwaard te bedienen (vs. 51), van gevoelen zijn veranderd! Vgl. Matth. 26 : 52—53: „Zij, die het zwaard nemen, zullen door het zwaard omkomen." — Het woord Ir/, nog, na oti moet zeer zeker in den tekst worden gehouden, al wordt het ook door al de Alexandr. en zelfs door A weggelaten. Deze weglating is te wijten aan een verwarring van Iti met het voorafgaande oti (Weiss). De oude vertalingen (It. Syr.) pleiten voor het behoud van dit woordje, dat zoo gemakkelijk over het hoofd kan worden gezien. Toch is het door Westcott en Hort en zelfs door Tischendorf uit den tekst geworpen. — Het kx) ydp, en inderdaad, kondigt aan, dat het tragisch einde der werkzaamheid van Jezus ook nadert, waaruit volgt, dat spoedig alle trekken der profetische schildering vervuld zullen zijn.

Vs. 3b. De discipelen vatten hetgeen Jezus aanbevolen heeft letterlijk op, en schijnen zichzelven zelfs geluk te wenschen met hunne voorzorg. Men heeft de woorden: het is genoeg in dezen zin opgevat: „Wij zullen er verder niet meer over spreken; de feiten zullen u duidelijk doen worden, wat ik heb willen zeggen". Maar het is natuurlijker, het 'ikxuóv sari in een eenigszins ironischen zin te nemen: „Ja waarlijk, voor het gebruik, dat gij te maken zult hebben van wapenen van dezen aard, zijn deze twee zwaarden wel genoeg." — Hier moeten de woorden: „Staat op, laat ons van hier gaan", die Jezus volgens Johannes (14 : 31) op het oogenblik van het heengaan naar Gethsemané spreekt, worden geplaatst, en niet, zooals de Syrische vertaling van Cureton doet, de woorden: „Staat op, laat ons gaan", waarmede Mattheus (26 : 46) het tooneel van Gethsemané besluit. — Hebben de Synoptici slechts weinig van de laatste redenen van Jezus (Joh. 14—18) bewaard, dit komt daar van daan, dat de mondelinge overlevering niet geschikt was, woorden van dezen aard voort te planten; zij waren veel te hoog voor de populaire Evangelieprediking, ten behoeve waarvan de

Sluiten