Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wil breekt. Zeer juist zegt Hofmann: „Jezus onderwerpt zijn wil niet alleen aan dien van God, maar ook aan zijn eigen wil, die wil, dat Gods wil zal geschieden." Maar slechts van lieverlede, door een pijnlijken en moeilijken strijd, komt het zoover, dat de natuurlijke wil zich eindelijk oplost in den wil des geestes, en een volkomene innerlijke harmonie den strijd bekroont. — Evenals Markus, geeft Lukas alleen het gebed op, dat de eerste maal werd uitgesproken, en spreekt hij slechts in het algemeen over dat van de andere keeren, terwijl Mattheus ons een blik geeft in den vooruitgang van de onderwerping van Jezus; vgl. Matth. vs. 39 en 42. Hoeveel menschelijker is Jezus in onze Evangeliën, dan in de gewone dogmatiek! Een overlevering, die de strekking had om Jezus te verheerlijken, zou men niet op deze wijze hebben verdicht! — De verschijning van den engel (vs. 43) wordt alleen door Lukas vermeld. Zonder twijfel ontbreekt dit vers, evenals het volgende, in den Vatic. en den Alexandr., en zijn beide in eenige Byz. Mss. met een teeken van twijfel gemerkt; maar zij staan in den Sinaït. en den Cantabrig., in 13 andere Mjj. en in de twee oudste vertalingen (ltala en Peschito). Vs. 44 wordt door Justinus en Irenaeus aangehaald. Het is niet waarschijnlijk, dat men dergelijke bijzonderheden geïnterpoleerd zou hebben. Het is veel aannemelijker, dat deze verzen, die in strijd schenen te zijn met de Godheid van Jezus, werden weggelaten onder het voorwendsel, dat bij Mattheus en Markus niets dergelijks gevonden werd. Bleek houdt deze verzen voor echt, maar meent, dat zij in het t/r-Evangelie ontbraken, en dat zij door Lukas op grond van een latere overlevering werden ingevoegd. Schleiermacher onderstelt het bestaan van een poëtisch geschrift, waarin het innerlijk lijden des Heilands verheerlijkt werd, en waaraan vs. 43 en vs. 44 ontleend zouden zijn. Maar de moeilijkheid, die het der orthodoxie veroorzaakt, van dergelijke trekken rekenschap te geven, laat niet toe, aan te nemen, dat zij ze verzonnen heeft.

De verschijning van dit hemelsche wezen moest geen einde maken aan den strijd, maar Jezus de eene of andere geeste-

Sluiten