Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gevangenneming van Jezus en de drie terechtzittingen, die daarop gevolgd zijn, in den nacht van den op

den 15den stellen, derhalve reeds in den loop van den Sabbaten feestdag, en onmiddellijk na het Joodsche Paaschmaal. Maar is dit aannemelijk? Langen meent, dat niet het uitspreken, maar alleen het opschrijven en voltrekken van een vonnis op een Sabbat verboden was. En niets bewijst, zegt hij, dat het vonnis van Jezus opgeschreven was; en wat de menschen betreft, die het ten uitvoer gebracht hebben, zij waren geen aan de wet onderworpen Joden, maar heidensche soldaten. — Deze antwoorden zijn vernuftig; maar met dat al is de aan het Sabbatkarakter van den nacht van den 15dea Nisan ontleende bedenking toch niet weerlegd. Zoo kort na het Paaschmaal hadden al deze gerechtelijke zittingen onmogelijk kunnen plaatsvinden. De verhandeling Beza, in de Mischna, verbiedt op den feestdag uitdrukkelijk al wat op den Sabbat niet geoorloofd is, zooals paardrijden, in een boom klimmen, en iedere zitting van een rechtbank.

B. 23:1—25. De wereldlijke rechtbank.

Wij hebben hier het verhaal, aan den eenen kant van de velerlei kunstgrepen, die de Joden te baat hebben genomen, om van Pilatus de voltrekking van het vonnis te verkrijgen, en aan den anderen kant van de velerlei middelen, welke Pilatus heeft aangewend, om zich af te maken van deze zaak, die hem moeite veroorzaakte. Het was hem niet onbekend, dat de oversten der Joden hem uit nijd Jezus overleverden (Matth. 27 : 18; Mark. 15 : 10), en het stuitte hem tegen de borst, zijn macht tot dezen gerechtelijken moord te leenen. Bovendien gevoelde hij een geheime vrees voor Jezus. Vgl. Joh. 19 : 8: „ Toen Pilatus dan dit woord hoorde (nl. „Hij heeft zichzelven Gods Zoon gemaakt"), werd Hij nog meer bevreesd", en de vraag van vs. 9: „ Van waar zijt gij?" die niet op het aardsche vaderland van Jezus betrekking kan hebben, daar dit hem reeds bekend was (Luk. 23 : 6), en die in den samenhang niets anders kan

Sluiten