Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedeelte van den Hades. Vgl. de opmerkingen over dit onderwerp op bl. 268. Het ,««r' i/.toü, met mij, sluit dus in zich de nederdaling van Jezus-zelf in den Hades (Meyer). Hij is daarin, evenals in alles, kxtx irivrx (Hebr. 2 : 17), een mensch geweest zoo als wij zijn.

Vs. 44—45. Buitengewone teekenen: „Het was *) reeds s) omtrent de zesde ure; en er werd duisternis over het geheele land, tot de negende ure toe, 45. daar de zon haar licht verloor3); en het voorhangsel des tempels scheurde middendoor."

Blijkbaar hebben deze verschijnselen een buitengewoon karakter, hetzij men het aan een bovennatuurlijke oorzaak toeschrijft, of daarin slechts een providentiëele samenloop van omstandigheden ziet. Er bestaat onmiskenbaar een diepe betrekking, aan den eenen kant tusschen den mensch en de natuur, en aan den anderen kant tusschen de menschheid en Christus. Want de mensch is de ziel der wereld, gelijk Christus de ziel der menschheid is. — De woorden iQ' 'o'wv ryv riv, over de geheele aarde, hebben, evenals 21 : 23, op het heilige land betrekking, en misschien ook op de omliggende landen. De oorzaak van deze verdonkering kan geen zonsverduistering zijn geweest, daar het de tijd der volle maan was. Maar zij stond misschien, zooals dikwijls gebeurt, met de aardbeving in verband. Het zou ook kunnen zijn, dat zij een atmosferische of kosmische oorzaak had.!) Aan deze verdonkering van het uitwendige

1) NBCDIi lezen xa< >)v, in plaats van >)v ie

2) B C L voegen «fii( er bij, dat T. R. met al de anderen weglaat.

3) N B L leien rcv yXiov skMzo\ito( . in plaats van xxi etrxoTKrSy o , dat T. B. met A en 16 Mjj. It. Bye. (met Syrcur) leest.

4) Neander (Leien Jesu, bl. 640) herinnert, dat Phlegon, de schrijver van een kroniek onder de regeering van den keizer Hadrianus, mededeelt, dat er in het 4de jaar der 202<1« Olympiade (785 na de stichting van Rome, een zonsverduistering is geweest, die veel grooter was dan al de voorgaande, en

Sluiten