Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

licht beantwoordde de innerlijke duisternis, waaraan het hart van Jezus leed: Mijn God, mijn God, waarom hebt gij mij verlaten? Dit oogenblik, waarop Paulus zinspeelt (Gal. 3 : 13: „Hij werd voor ons tot een vloek gemaakt"), was juist dat, waarop in den tempel het Paaschlam geslacht werd. — Hoewel op deze plaats de overzettingen voor de Byz. lezing pleiten, maakt de tautologie der uitdrukkingen <txóto; en èaxotiaöy haar toch verdacht, en doet zij ons de voorkeur geven aan de Alexandr.; letterlijk: „daar de zon ontbrak." Lukas maakt van de aardbeving geen gewag. Men kan daaruit afleiden, dat hij Markus niet onder de oogeu heeft gehad, zooals Weiss meent. — Het scheuren van het voorhangsel, dat door al de drie Synoptici vermeld wordt, moet waarschijnlijk met de aardbeving in verband worden gebracht. Wordt hier het voorhangsel bedoeld, dat zich aan den ingang van het Heilige bevond, of dat, hetwelk het Allerheiligste bedekte P Daar alleen het laatste een typische beteekenis had en eigenlijk KXTxvhxafAX heette, is het natuurlijker, aan dit te denken. De gedachte, die men gewoonlijk in dit symbolische voorval vindt, is: De weg tot den troon der genade is voortaan voor allen open. Maar heeft God daardoor niet veeleer willen aantoonen , dat de tempel van dit oogenblik af niet meer zijn woning was? Gelijk de hoogepriester bij het zien van een groote ergernis zijn

dat het in de zesde ure Tan den dag nacht was geworden, zoodat men de sterren aan den hemel zag schitteren. Deze datum komt het waarschijnlijke sterfjaar van Jezus (783) zeer nabij. Maar het moest in de maand November zijn. — De bekende natuurkundige Liais bericht, dat op den llden April 1860 in de provincie Fernambuco, bij een volkomen helderen hemel, de zon tegen den middag eensklaps zoozeer verduisterde, dat men haar eenige seconden lang kon aankijken. De zonneschijf scheen omringd te zijn van een krans met de kleuren van den regenboog, en heel dicht bij haar zag men een ster fonkelen, die geen andere, dan Venus kon zijn. Het verschijnsel duurde eenige minuten. I.iais schrijft het toe aan kosmische wolken, die in de ruimte buiten onzen dampkring zweefden. Een dergelijk natuurverschijnsel moet in de jaren 1106, 1208, 1547 en 1706 voorgekomen zijo. (Ilevue germanique, 1860).

1) Philo noemt het andere xz\vm/.x (Neander, Leben Jesu, bl. 640).

Sluiten