Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uwe handen over. En toen Hij dat*) gezegd had, blies Hij den laatsten adem uit."

Hier moeten de twee door Johannes vermelde woorden: „Ik heb dorst", en: „Het is volbracht' worden geplaatst. Men zou kunnen meenen, dat in de woorden: roepende met luide stem het woord: Het is volbracht, dat volgens Johannes onmiddelijk aan den laatsten adem is voorafgegaan, opgesloten ligt. Het is echter waarschijnlijker, dat het <puvfoxs naar de bedoeling van Lukas niets meer te kennen geeft, dan het flirt, zeide, en dat beide verba op het laatste woord betrekking hebben: „Vader, ik geef... over." Dit woord drukt het feit uit, dat Johannes mededeelt met de woorden: Hij gaf den geest. — Het laatste kruiswoord is een citaat uit Ps. 31 : 6. Het fut. vxpxifroft»i, ik zal overgeven, in den T. R. is aan de LXX ontleend. Dit futurum was natuurlijk in den mond van David, die nog ver van den dood was; hij spreekt uit, op welke wijze hij hoopte, eenmaal te mogen sterven. Alleen het praesens is in overeenstemming met den tegenwoordigen toestand van Jezus. Op het oogenblik, waarop Hij het zelfbewustzijn zal verliezen, en gevoelt, dat het bezit van zijn geest Hem ontvalt, vertrouwt Hij hem als een in bewaring gegeven goed aan zijn Vader toe. Want de goddelijke heerschappij strekt zich ook over den Hades uit (Weiss). De uitdrukking Vader doet zien, dat zijn ziel thans al haar helderheid heeft teruggekregen. Kort te voren lag de goddelijke almacht en heiligheid zwaar op Hem (Mijn God, mijn God!) Thans is de duisternis verdwenen; Hij heeft zijn licht, het aangezicht zijns Vaders teruggevonden. Dit is de eerste uitwerking der volbrachte verlossing, het heerlijke voorspel der opstanding.

Keirn beschouwt geen van de zeven kruiswoorden van Jezus als historisch. Het gebed voor zijn vijanden zou geen

1) N B O D en 4 Mjj. lezen tovto, in plaats van raura, dat T. R, met A en 11 Mjj. leest.

Sluiten