Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekomen (Joh. 19:26, 27). — Eerst later noemt Lukas eenigen van (le aanwezige vrouwen. Mattheus en Markus noemen hier Maria Magdalena, over wie ook Johannes spreekt, Maria, de moeder van Jakobus en Joses, waarschijnlijk dezelfde, die Johannes „Maria, de vrouw van Klopas" noemt, en die de tante van Jezus, was, en de moeder der zonen van Zehedsus, die Markus Salome noemt, en over wie Johannes het stilzwijgen bewaart, zooals altijd, wanneer er sprake is van de leden zijner familie. — De Synoptici spreken niet over de moeder van Jezus. Waarschijnlijk moet de uitdrukking: „ Van die ure af nam haar de discipel in zijn huis" (Joh. 19 : 27) letterlijk worden opgevat. Toen Maria het zoo teedere en liefdevolle woord hoorde, dat Jezus tot haar richtte, werd zij er zoo diep door getroffen, dat zij zich terstond verwijderde, zoodat zij bij den dood van Jezus, toen de vrienden van Jezus en de andere vrouwen naderbij kwamen, niet meer aanwezig was. — ElirTtjiceiFxv, zij stonden daar, vormt een tegenstelling met virirrpeQov, zij gingen weg, (vs. 48). Terwijl het volk het kruis verliet, kwamen de vrienden van Jezus zich langzamerhand rondom het lijk groepeeren. De woorden: en zagen deze dingen aan doelen niet alleen op de omstandigheden van den dood van Jezus, maar ook op het heengaan van het ontstelde volk. Deze kleine trek, die te danken is aan den onmiddellijken indruk der ooggetuigen, verraadt een bron, die zeer dicht bij de feiten is; en als hij bij de andere oorspronkelijke bijzonderheden van deze schildering gevoegd wordt, dan voert hij tot een geheel andere slotsom, dan die van Weiss, die hier over „een zeer vrije omwerking van het bericht van Mark. 15: 33—47" spreekt.

Vs. 50—53. De begrafenis van Jezus: „En zie, een man, Jozef genaamd, die lid van den raad was '), een goed en 2) rechtvaardig man, 51. die

1) SCIX hebben xcct vóór het tweede avifp.

2) B laat *«< vóór hxaiot weg.

Sluiten